Vreemdelingenrecht
Beroep tegen ophouding, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 22 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:24955 · Rechtbank Den Haag · 22 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-24955
Zaakgegevens
Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 december 2025
- Datum publicatie
- 23 december 2025
- Zaaknummer
- NL25.59734
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:24955
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen ophouding, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59734
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J. van Bennekom),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W. Vrooman).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit tot ophouding van 3 december 2025.
De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Polus. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Is het beroep ontvankelijk?
-
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het beroepschrift volgt dat eiser beroep heeft ingesteld tegen een besluit tot ophouding van 3 december 2025. De rechtbank heeft een dergelijk besluit van 3 december 2025 niet in het dossier aangetroffen. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting verklaard dat sprake is van een misverstand. Het was zijn bedoeling om beroep in te stellen tegen het voortduren van de maatregel van bewaring van 2 juli 2025. Uit de ingediende beroepsgronden valt echter niet af te leiden dat het beroep is gericht tegen het voortduren van die maatregel van bewaring.
-
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en zal het beroep dan ook niet inhoudelijk behandelen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 december 2025
Documentcode: [Documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.