Vreemdelingenrecht
MOB. Mondelinge uitspraak. Niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 20 februari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:2693 · Rechtbank Den Haag · 20 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-2693
Zaakgegevens
Op 20 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2025
- Datum publicatie
- 24 februari 2025
- Zaaknummer
- NL25.1929
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:2693
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
MOB. Mondelinge uitspraak. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1929
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. M.M. van Duren).
Procesverloop
Bij besluit van 14 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij bericht van 23 januari 2025 heeft verweerder laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op dezelfde dag de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven wanneer zij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. Eveneens op dezelfde dag heeft de gemachtigde van eiser laten weten dat zij op 9 januari 2025 voor het laatst persoonlijk contact heeft gehad met eiser. Niet is gebleken dat zij nog altijd contact heeft met hem.
2. Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling en de reactie van de gemachtigde van eiser neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op een verdere behandeling van onderhavig beroep. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.