Vreemdelingenrecht
proceskostenveroordeling, pkv, proceskostenvergoeding, aanvraag EU-verblijfsdocument
Rechtbank Den Haag, 19 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:27797 · Rechtbank Den Haag · 19 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-27797
Zaakgegevens
Op 19 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 november 2025
- Datum publicatie
- 1 april 2026
- Zaaknummer
- NL24.40156
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:27797
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
proceskostenveroordeling, pkv, proceskostenvergoeding, aanvraag EU-verblijfsdocument
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.40156
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
(gemachtigde: mr. L.K. Matpanözer),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een EU-verblijfsdocument.
Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.
2. Verweerder heeft op 20 maart 2025 de aanvraag van eiser ingewilligd. Eiser heeft op 25 maart 2025 het verblijfsdocument EU/EER opgehaald en is dus reeds in het bezit van het verblijfsdocument. Hierdoor heeft eiser geen belang meer bij zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Eiser heeft immers terecht beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De aanvraag is namelijk pas na het instellen van beroep afgewezen. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk; en,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Özçelik, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.