Vreemdelingenrecht
asiel. nigeriaanse nationaliteit. asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst. ideniteit en herkomst…
Rechtbank Den Haag, 6 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:28037 · Rechtbank Den Haag · 6 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-28037
Zaakgegevens
Op 6 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 november 2025
- Datum publicatie
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.42498 en NL25.42499
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28037
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
asiel. nigeriaanse nationaliteit. asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst. ideniteit en herkomst ongeloofwaardig. geen oprechte inspanning om aanvraag te staven. rekening gehouden met medische situatie eiser in gehoor en besluit.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.42498 (beroep) en NL25.42499 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. Loonen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. de Graaf).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
Eiser heeft op 24 september 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben als waarnemer van de gemachtigde van eiser, mr. M. M. G. Crompvoets, en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser heeft verklaard dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft en is geboren op [geboortedatum] 1998. Eiser heeft verder verklaard dat hij problemen heeft ondervonden in Nigeria maar dat hij deze problemen niet verder wil bespreken omdat hij zich wil focussen op de toekomst.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder het volgende asielmotief, te weten zijn identiteit, nationaliteit en herkomst.
Verweerder vindt eisers nationaliteit wel geloofwaardig maar zijn identiteit en herkomst niet. Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd ter onderbouwing van dit asielmotief. Verweerder heeft daarom getoetst of eiser dit asielmotief anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Dit is niet het geval. Eiser heeft geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven. Ook heeft eiser onvoldoende documenten gegeven en heeft hij daarvoor geen goede verklaring. Verder heeft eiser meer dan een maand gewacht met het indienen van zijn asielaanvraag en heeft hij daarvoor geen goede verklaring. Dat eiser uit Nigeria komt is onvoldoende om aan te nemen dat hij een vluchteling is als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag of dat hij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser komt vanwege het voorgaande niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op meerdere gronden.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Ten eerste schendt het besluit het recht op een menswaardige behandeling. Nu uit het gehoorverslag blijkt dat eiser onmiskenbaar verward, afwezig en zichtbaar psychisch ontregeld was en verweerder heeft nagelaten om een medisch vervolgonderzoek uit te voeren. Verweerder heeft hierdoor verwijtbaar nagelaten de geestelijke gesteldheid van eiser op zorgvuldige wijze vast te stellen en verweerder had aan eiser een IMMO onderzoek moeten aanbieden. Hiervoor wordt verwezen naar het arrest R.C. v. Sweden van het Europese Hof waarin staat vermeld dat staten bij behandeling van asielaanvragen van kwetsbare personen een verhoogde zorgvuldigheid in acht moeten nemen. Vervolgens is het besluit onvoldoende en ondeugdelijk gemotiveerd nu verweerder het bestreden besluit onvoldoende heeft onderbouwd met concrete feiten of specifieke passages. Ook heeft verweerder nagelaten om de asielaanvraag van eiser te beoordelen aan de hand van zijn persoonlijke en individuele omstandigheden. Verweerder heeft hierdoor niet voldaan aan zijn verplichting om te verzekeren dat eiser bij overdracht geen reëel risico loopt op ernstige schade.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eiser zijn asielaanvraag kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de identiteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig mocht vinden. Verweerder mocht eiser tegenwerpen dat hij geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven. Zo heeft eiser tijdens het gehoor meerdere malen geen antwoord gegeven op de gestelde inhoudelijk vragen. Als reactie hierop heeft de hoormedewerker tijdens het gehoor meerdere malen vragen gesteld met de strekking of eiser bereid was mee te werken aan het gehoor nu eiser geen antwoord gaf op de inhoudelijke vragen maar hier gaf eiser ook geen antwoord op. Het gedrag van eiser tijdens het nader gehoor mocht aan eiser worden tegengeworpen nu eiser aan het begin en het einde van het gehoor is gevraagd of hij de hoormedewerker en tolk goed kon horen en daar heeft hij bevestigend op gereageerd. Verweerder mocht vinden dat uit de gehoren is gebleken dat eiser heeft nagelaten om zich meewerkend op te stellen nu gedurende het gehoor lijkt alsof eiser de vragen die over de inhoud van zijn asielrelaas gaan bewust frustreert. Ook was eiser niet aanwezig op zitting om dit nader toe te lichten.
Ook heeft verweerder aantoonbaar rekening gehouden met de medische situatie van eiser. Uit het medisch advies komt naar voren dat eiser slaapproblemen kan ervaren en dat daar rekening mee gehouden dient te worden tijdens het gehoor door eiser op zijn gemak te stellen, indien nodig pauzes in te lassen, en een glaasje water aan te bieden. De stelling van eiser dat verweerder heeft nagelaten rekening te houden met de geestelijke gesteldheid van eiser omdat hij heeft nagelaten deze op zorgvuldige wijze vast te stellen, wordt niet gevolgd door de rechtbank. Verweerder heeft gelet op het voorgaande weldegelijk een medisch onderzoek uitgevoerd en verweerder heeft dit medisch advies ook kenbaar meegewogen in zijn beoordeling. Ook heeft verweerder tijdens het aanmeldgehoor het advies van Medex ingeschakeld en ook zij hebben gezegd dat eiser gehoord kon worden. Op grond van deze medisch adviezen hoefde verweerder geen aanleiding te zien om een vervolgonderzoek uit te voeren zoals het door eiser aangehaalde IMMO onderzoek.
Gedurende het gehoor heeft verweerder rekening gehouden met dit medisch advies. De hoormedewerker heeft vooraf aan het gehoor aan eiser gevraagd of hij goed heeft geslapen en de hoormedewerker heeft regelmatig aan eiser gevraagd hoe het met hem ging, of eiser verder kon met het gehoor, en pauzes ingelast. De verwijzing van eiser naar het arrest van het Europese Hof verandert het oordeel niet nu gelet op wat in het voorgaande is overwogen uit de gehoren en het bestreden besluit blijkt dat verweerder met verhoogde zorgvuldigheid het gehoor heeft uitgevoerd en het asielmotief heeft beoordeeld. Het betoog van eiser dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd slaagt ook niet nu eiser niet heeft geconcretiseerd op welke punten verweerder heeft nagelaten zijn tegenwerpingen te onderbouwen.
7. Verweerder heeft eiser tegengeworpen dat hij onvoldoende documenten heeft gegeven en dat hij daar geen goede verklaring voor heeft, nu eiser zijn paspoort nog steeds niet heeft overgelegd terwijl hij wel heeft verklaard een paspoort in bezit te hebben. Ook heeft verweerder eiser tegengeworpen dat hij niet zo spoedig mogelijk een asielaanvraag heeft ingediend en dat hij daarvoor geen goede verklaring heeft. Eiser is op 30 augustus 2024 Nederland ingereisd, maar hij heeft pas op 24 september 2024 zijn asielaanvraag ingediend en heeft hiervoor geen verschoonbare verklaring gegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat verweerder dit niet tegen heeft kunnen werpen nu eiser daartegen geen gronden heeft ingediend.
Zwaarwegendheid
8. Voor wat betreft het betoog van eiser dat onvoldoende is onderzocht of sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer, is daarvan eveneens niet gebleken. Zoals eerder overwogen heeft eiser geen oprechte inspanningen verricht om zijn aanvraag te staven en heeft verweerder de wel geloofwaardige asielmotieven nader beoordeeld. Eiser heeft daarnaast niet kunnen concretiseren waaruit een eventueel risico blijkt wat ten onrechte niet in de beoordeling is meegewogen.
Conclusie en gevolgen
9. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank is daarom van oordeel het beroep ongegrond is. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.
10. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
11. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. Maats, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.