Vreemdelingenrecht
Verzet - herhaling van bezwaren - geen nieuwe feiten en omstandigheden – COa zaak – buiten zitting – RVA –…
Rechtbank Den Haag, 25 februari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:3325 · Rechtbank Den Haag · 25 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-3325
Zaakgegevens
Op 25 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 25 februari 2025
- Datum publicatie
- 6 maart 2025
- Zaaknummer
- AWB 22_718 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:3325
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet - herhaling van bezwaren - geen nieuwe feiten en omstandigheden – COa zaak – buiten zitting – RVA – verzet ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/718 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant] , opposant
V-nummer: [V-nummer],
Procesverloop
Bij uitspraak van 23 juli 2024 (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen het besluit van 5 februari 2022 van het COa ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposant heeft niet verzocht om op zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het COa terecht heeft bepaald dat eiser over de peilmaand augustus 2021 een eigen bijdrage van €337,50 verschuldigd is. De rechtbank heeft overwogen dat toepassing van de RVA in het geval van opposant ook niet kennelijk onredelijk is. Opposant heeft in verzet zijn bezwaren tegen de vastgestelde bijdrage herhaald. Hiermee heeft hij geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden gezegd dat de rechtbank niet tot haar kennelijke oordeel heeft kunnen komen. Voor zover opposant stelt dat hij niet weet hoe hij de verschuldigde vergoeding dient te betalen zonder inkomsten, geldt dat die stelling al in de beoordeling van het beroep is betrokken.
3. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 25 februari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.