Vreemdelingenrecht

Beroep tegen niet-tijdig beslissen, twee beroepen aanhangig, procesbelang, niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 19 maart 2025

Zaakgegevens

Op 19 maart 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
19 maart 2025
Datum publicatie
20 maart 2025
Zaaknummer
NL25.8693
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:4536
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen niet-tijdig beslissen, twee beroepen aanhangig, procesbelang, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.8693


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 24 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 8 november 2024 een eerste beroep (NL24.43896) tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag ingediend. Op 24 februari 2025 heeft eiser wederom beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Deze uitspraak ziet op het beroep dat eiser op 24 februari 2025 heeft ingesteld.

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn tweede beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang. Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld met dezelfde strekking, namelijk dat verweerder niet-tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Nu eiser met een onderhavige, tweede beroep niet meer kan bereiken dan hij met het eerste beroep heeft beoogd en bereikt, heeft hij geen procesbelang bij dit beroep.

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 19 maart 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.