Vreemdelingenrecht
Bewaring; vervolgberoep; Marokko; ongegrond; zicht op uitzetting; nationaliteit bevestigd; Verder heeft de…
Rechtbank Den Haag, 8 april 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:6983 · Rechtbank Den Haag · 8 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-6983
Zaakgegevens
Op 8 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 april 2025
- Datum publicatie
- 25 april 2025
- Zaaknummer
- NL25.14064
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6983
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring; vervolgberoep; Marokko; ongegrond; zicht op uitzetting; nationaliteit bevestigd; Verder heeft de minister toegelicht dat zodra een lp voorhanden is, er een vlucht zal worden geboekt; verkorte belangenafweging
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14064
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. E. El Assrouti),
en
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: J.A.C.M. Prins).
Procesverloop
De minister heeft op 31 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Vervolgens heeft de minister een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1998.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 26 februari 2025 (in de zaak NL25.7385) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. De rechtbank overweegt als volgt.
Zicht op uitzetting
5. Het zicht op uitzetting naar Marokko is in beginsel aanwezig. In het geval van eiser blijkt uit de voortgangsgegevens dat de Marokkaanse autoriteiten op 27 maart 2025 hebben laten weten dat de nationaliteit van eiser is vastgesteld. Op 1 april 2025 kan een laissez passer (lp) worden opgehaald ten behoeve van eisers uitzetting. Verder heeft de minister toegelicht dat zodra een lp voorhanden is, er een vlucht zal worden geboekt. Gelet al hierop, is naar het oordeel van de rechtbank het zicht op de uitzetting van eiser naar Marokko aanwezig is. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Belangenafweging
6. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert, oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, voor de minister aanleiding hadden moeten zijn de bewaring bij een afweging van de belangen op te heffen. Deze beroepsgrond slaagt evenmin.
Ambtshalve toetsing
7. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep ongegrond;
-
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 april 2025
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.