Vreemdelingenrecht
Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel - beroep gegrond - rechtbank voorziet zelf - proceskosten - wegingsfactor 1.
Rechtbank Den Haag, 30 april 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:7515 · Rechtbank Den Haag · 30 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-7515
Zaakgegevens
Op 30 april 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 30 april 2025
- Datum publicatie
- 2 mei 2025
- Zaaknummer
- NL24.8362
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7515
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel - beroep gegrond - rechtbank voorziet zelf - proceskosten - wegingsfactor 1.
Uitspraak
uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.8362
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Pals),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: E. de Bonth).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 21 februari 2024 (het bestreden besluit). In het bestreden besluit heeft de minister aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend met ingang van 1 november 2022.
Eiser is het niet eens met de ingangsdatum van de verleende verblijfsvergunning.
De rechtbank heeft het beroep aangehouden in afwachting van het antwoord op de prejudiciële vragen die zijn gesteld bij de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 19 oktober 2023.2
In de uitspraak van 20 januari 20253 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) geoordeeld dat artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zo moet worden uitgelegd dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt bepaald door het moment dat een vreemdeling in persoon ten overstaan van de autoriteiten zijn asielwens kenbaar maakt.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om aan te geven wat voor gevolgen laatstgenoemde uitspraak voor de zaak van eiser heeft. De minister heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Partijen hebben toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen op het beroep.
[afbeelding niet beschikbaar]1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet langer in geschil is dat de minister in het bestreden besluit de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ten onrechte heeft vastgesteld op 1 november 2022. Partijen zijn het erover eens dat de juiste ingangsdatum 24 oktober 2022 is.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover daarin de ingangsdatum van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is vastgesteld op 1 november 2022. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en de ingangsdatum vast te stellen op 24 oktober 2022.
4. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). De rechtbank ziet geen reden om wegingsfactor 0,25 toe te passen, zoals de minister heeft verzocht. De rechtbank acht het geschilpunt namelijk niet zeer licht van aard. Dit blijkt alleen al uit de omstandigheid dat hierover prejudiciële vragen zijn gesteld.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is vastgesteld op 1 november 2022;
-
stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vast op 24 oktober 2022;
-
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde het bestreden besluit; en
-
veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 april 2025
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.