Vreemdelingenrecht
Dublin buiten zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Al beslist op het beroep.
Rechtbank Den Haag, 2 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:7593 · Rechtbank Den Haag · 2 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-7593
Zaakgegevens
Op 2 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 2 mei 2025
- Datum publicatie
- 6 mei 2025
- Zaaknummer
- NL25.2397
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:7593
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin buiten zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Al beslist op het beroep.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2397
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [v-nummer:] ,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft op 16 januari 2025 de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat
Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep
van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna
legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank moet allereerst beoordelen of eiser procesbelang heeft.
4. De rechtbank stelt vast dat – naast het onderhavige beroep – op 17 januari 2025 ook beroep is ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door een andere gemachtigde van eiser, [naam]. In die procedures heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, op 11 april 2025 uitspraak gedaan: het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Nu in die procedures al is beslist op het beroep van eiser tegen hetzelfde besluit, kan het onderhavige beroep geen verandering meer brengen in zijn rechtspositie. Van procesbelang is dan ook geen sprake. Het beroep wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid
van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde
publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt en op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.