Vreemdelingenrecht
Bewaring, vervolgberoep, onderzoek naar verblijfsaanvraag in Spanje en procedureel rechtmatig verblijf
Rechtbank Den Haag, 10 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:8244 · Rechtbank Den Haag · 10 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-8244
Zaakgegevens
Op 10 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 januari 2025
- Datum publicatie
- 13 mei 2025
- Zaaknummer
- NL24.50482
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:8244
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring, vervolgberoep, onderzoek naar verblijfsaanvraag in Spanje en procedureel rechtmatig verblijf
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50482
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. S.R. den Toonder),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Procesverloop
Verweerder heeft op 29 augustus 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Tribak. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt de [volk] nationaliteit te hebben en te zijn geboren op
[geboortedatum] 1988.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 19 november 2024 (in de zaak NL24.43325) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
3. Anders dan eiser is de rechtbank van oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. Het laissez passer-traject bij [land] loopt nog en verweerder rappelleert actief. Dat na ruim vier maanden nog niet is gereageerd door de [volk] autoriteiten maakt dit niet anders. Niet is gebleken van signalen van de [volk] autoriteiten dat geen laissez passer aan eiser zal worden verstrekt, of dat de [volk] autoriteiten in het algemeen geen medewerking verlenen aan gedwongen uitzetting. Verweerder mag het onderzoek vooralsnog dan ook afwachten.
Eiser betoogt verder dat hij in Spanje een verblijfsaanvraag als familielid van een Spaans burger heeft ingediend en als gevolg daarvan procedureel rechtmatig verblijf in Spanje heeft. Verweerder heeft volgens eiser zijn onderzoeksplicht geschonden door geen nader onderzoek te verrichten op dit punt, dit te meer omdat verweerder wel heeft toegezegd dergelijk onderzoek te verrichten. Eiser meent daarom dat er nu aanleiding is om een lichter middel toe te passen.
De rechtbank overweegt dat verweerder onder omstandigheden gehouden kan zijn om nader onderzoek te doen naar het bestaan van een gesteld verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat. Daartoe zal de vreemdeling wel op zijn minst concrete aanknopingspunten moeten aandragen die erop duiden dat hij daadwerkelijk een verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat heeft. Eiser heeft in dit verband de volgende stukken overgelegd:
- Bevestiging aanvraag verblijfsvergunning
- BRP Spanje registratie betrokkene en partner
- Identiteitskaart partner betrokkene
- Ontvangstbewijs presentatie op het registratiekantoor
- Registratie huwelijk bij Spaanse overheid
Verder heeft eiser een Engels opgesteld emailbericht van zijn Spaanse advocaat overgelegd waarin deze, onder verwijzing naar Spaanse regelgeving, verklaart dat eiser vanwege de aanvraag procedureel rechtmatig verblijf in Spanje heeft.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met de door hem aangeleverde stukken voldoende concrete aanknopingspunten aangedragen die voor verweerder reden moeten zijn om nader onderzoek te verrichten naar eisers verblijfsrecht in Spanje. Zeker na de eerder gedane toezegging op dit punt, die door verweerder ook niet wordt betwist, dient verweerder als goed bestuurder te handelen en dit onderzoek ook daadwerkelijk op te pakken. Hiermee ontstaat voor partijen en de rechtbank ook duidelijkheid op dit punt.
Dat in de uitspraak van 19 november 2024 is geoordeeld dat de omstandigheid dat verweerder op dat moment nog geen informatie had ingewonnen niet maakte dat sprake was van een voortvarendheidsgebrek leidt niet tot een ander oordeel. De vraag of de (voorbereiding van de) uitzetting voldoende voortvarend ter hand wordt genomen is immers een andere dan de vraag of de bewaring, als uiterst middel, nog gerechtvaardigd is te achten.
Bij de huidige stand van zaken ziet de rechtbank nog geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen. De rechtbank acht verweerder nu echter wel gehouden om daadwerkelijk nader onderzoek te verrichten naar eisers verblijfsstatus in Spanje en daarover bij gelegenheid van een mogelijk volgend vervolgberoep ook verslag te doen.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van
M.R. van Kerkwijk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.