Vreemdelingenrecht
Bewaring, kennisgeving, doorwerking onrechtmatigheid eerdere bewaringsmaatregel, ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 13 mei 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:9008 · Rechtbank Den Haag · 13 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-9008
Zaakgegevens
Op 13 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 mei 2025
- Datum publicatie
- 22 mei 2025
- Zaaknummer
- NL25.19290
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9008
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring, kennisgeving, doorwerking onrechtmatigheid eerdere bewaringsmaatregel, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19290
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. R.R. Scholtens).
Procesverloop
Bij besluit van 28 maart 2025 heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Verweerder heeft de rechtbank op 25 april 2024 door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep, alsmede een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist in de uitspraak van 16 april 2025.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overlegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Lazar. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 16 april 2025 (in de zaak NL25.14555) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 9 april 2025) rechtmatig is.
Werkt de onrechtmatigheid van de voorgaande bewaringsmaatregel door in de nieuwe maatregel?
2. Eiser betoogt dat, indien de rechtbank zich gebonden acht aan de uitspraak van 16 april 2025, hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank. Indien de rechtbank zich niet gebonden acht aan de uitspraak van 16 april 2025, stelt eiser zich - zoals ook is aangevoerd in die procedure - op het standpunt dat de onrechtmatigheid van de voorgaande maatregel van bewaring met zich meebrengt dat ook de onderhavige maatregel onrechtmatig is.
3. De rechtbank merkt op dat deze grond eerder is aangevoerd in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 16 april 2025. De rechtbank verwijst in dit verband dan ook naar rechtsoverwegingen 7 en 8 van deze uitspraak. Hetgeen eiser in deze procedure heeft aangevoerd, is voor de rechtbank geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen. De beroepsgrond slaagt niet.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
4. De rechtbank ziet in de door verweerder en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat niet is voldaan aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep ongegrond;
-
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.