Vreemdelingenrecht
Bewaring, vervolgberoep, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 1 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:10060 · Rechtbank Den Haag · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-10060
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 29 april 2026
- Zaaknummer
- NL26.16970
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:10060
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring, vervolgberoep, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16970
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 26 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Verweerder heeft op 6 februari 2026 de maatregel van bewaring opgeheven wegens een strafrechtelijke detentie van eiser.
Eiser heeft op 26 maart 2026 tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 31 maart 2026 gesloten.
Overwegingen
1. De maatregel van bewaring is op 6 februari 2026 opgeheven. In de uitspraak van 6 maart 2026 (in de zaak NL26.10617) heeft de rechtbank reeds de voortduring van de maatregel van bewaring tot het moment van opheffing daarvan op 6 februari 2026 getoetst, én rechtmatig bevonden. Dit betekent dat de gehele bewaringsperiode reeds is getoetst. Gelet hierop heeft eiser geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van dit vervolgberoep.
2. Het beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.