Vreemdelingenrecht

Beroep tegen bewaring, geen maatregel, mondelinge uitspraak, niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 1 april 2026

Zaakgegevens

Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
12 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16515
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:11510
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep tegen bewaring, geen maatregel, mondelinge uitspraak, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.16515

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Dogan),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. X.R. Schuitemaker).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring. In het beroepschrift staat aangegeven dat deze maatregel zou zijn opgelegd op 27 februari 2026. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn asielaanvraag van 27 februari 2026 kort na het indienen weer heeft ingetrokken, omdat hij zo snel mogelijk weer wilde vertrekken. Uit het door verweerder overgelegde proces-verbaal van bevindingen blijkt dat eiser de gelegenheid heeft gehad om, met ondersteuning van de Kmar, binnen 24 uur terug te keren naar Albanie. Eiser heeft van deze regeling gebruik gemaakt en is derhalve niet in bewaring gesteld.

3. Eiser heeft ter zitting erkend dat hij dit beroep abusievelijk heeft ingesteld tegen een maatregel die nooit heeft plaatsgevonden.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026 door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.