Vreemdelingenrecht
Asiel, Dublin Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep (kennelijk) ongegrond
Rechtbank Den Haag, 11 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:11603 · Rechtbank Den Haag · 11 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-11603
Zaakgegevens
Op 11 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 11 mei 2026
- Datum publicatie
- 13 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.23579
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11603
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel, Dublin Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, beroep (kennelijk) ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.23579
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. N.R.H. Boon),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 24 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het besluit tot niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
6. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag. Nederland heeft bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 23 april 2026 aanvaard. Daarbij vertrouwt verweerder erop dat Spanje zijn internationale verdragsverplichtingen voor de behandeling van de asielaanvraag nakomt. Dat wordt ook wel het interstatelijk vertrouwensbeginsel genoemd.
Beroepsgronden
7. Eiser betwist niet dat Spanje in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Eiser stelt dat verweerder ten aanzien van Spanje ten onrechte uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser meent dat uit zijn persoonlijke verklaringen blijkt dat er sprake is van systeemfouten in Spanje. Eiser merkt daarbij op dat er een inbreukprocedure loopt tegen Spanje, omdat niet volledig aan de Unierechtelijke opvangverplichtingen wordt voldaan.
De rechtbank overweegt als volgt.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
8. Uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. Dit is bevestigd in de uitspraken van de Afdeling van 24 juni 2024, 3 februari 2025 en 25 november 2025. Van dit uitgangspunt kan alleen worden afgeweken wanneer in Spanje sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Het is aan eiser om dat aannemelijk te maken. Als blijkt dat er sprake is van systematische tekortkomingen, dan moeten die tekortkomingen een bijzonder hoge drempel bereiken om onder het bereik van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest te vallen. Dat volgt uit het arrest Jawo.
9. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de Spaanse autoriteiten hun verdragsverplichtingen ten opzichte van hem niet zullen nakomen en dat bij terugkeer een situatie zal ontstaan die in strijd is met artikel 4 van het Handvest. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat de persoonlijke verklaringen van eiser en zijn zienswijze niet tot de conclusie leiden dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure in Spanje. Eisers verklaringen over waarom hij niet aan Spanje wil worden overgedragen, getuigen niet van structurele tekortkomingen die de bijzonder hoge ‘Jawo-drempel’ bereiken. Verweerder heeft ook terecht in aanmerking genomen dat eiser gereguleerd zal worden overgedragen aan de Spaanse autoriteiten. Daarbij geldt ook dat de Spaanse autoriteiten met het claimakkoord van 23 april 2026 hebben gegarandeerd dat zij eisers asielaanvraag met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen zullen behandelen. Als eiser toch problemen ervaart bij zijn overdracht of tijdens zijn asielprocedure, is het aan hem hierover bij de (hogere) Spaanse autoriteiten te klagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem onmogelijk is of dat dit bij voorbaat zinloos is.
10. De stelling van eiser dat er een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart omdat in Spanje niet volledig aan de Unierechtelijke opvangverplichtingen wordt voldaan, leidt niet tot een ander oordeel. Dit enkele gegeven is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat Spanje structurele tekortkomingen heeft in de opvangvoorzieningen.
Conclusie en gevolgen
11. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 11 mei 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.