Vreemdelingenrecht
vovo hangende beroep tegen afwijzing asielaanvraag, verweerder heeft herhaaldelijk niet gereageerd op vraag…
Rechtbank Den Haag, 13 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:11890 · Rechtbank Den Haag · 13 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-11890
Zaakgegevens
Op 13 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 mei 2026
- Datum publicatie
- 15 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.17955 en NL26.17957
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:11890
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo hangende beroep tegen afwijzing asielaanvraag, verweerder heeft herhaaldelijk niet gereageerd op vraag of hij zich verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening, voorlopige voorziening toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.17955
NL26.17957
V-nummers: [v-nummer 1]
[v-nummer 2]
[v-nummer 3]
[v-nummer 4]
uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaken tussen
[verzoeker] , verzoeker
geboren op [geboortedag 1] 1975,
en
[verzoekster] , verzoekster
geboren op [geboortedag 2] 1978,
mede namens hun minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedag 3] 2009,
en
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedag 4] 2016,
allen van Turkse nationaliteit, tezamen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. E. Arslan)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Procesverloop
Bij besluiten van 24 februari 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de asielaanvragen van verzoekers afgewezen.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt hun uitzetting te verbieden totdat op de beroepen is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Verzoekers hebben op 9 november 2023 aanvragen ingediend voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In de bestreden besluiten heeft de minister deze aanvragen afgewezen als ongegrond. Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld.
2. Verzoekers hebben verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt hun uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.
3. De voorzieningenrechter heeft de minister bij bericht van 8 april 2026 verzocht of hij haar binnen één week kan meedelen of hij zich verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd.
4. De voorzieningenrechter heeft de minister vervolgens bij bericht van 23 april 2026 verzocht om haar alsnog zo snel mogelijk mee te delen of hij zich verzet tegen inwilliging van de verzoeken om een voorlopige voorziening. De minister heeft niet op dit bericht gereageerd.
5. Omdat de minister niet op deze berichten heeft gereageerd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de minister zich niet verzet tegen de gevraagde voorziening. Omdat de voorzieningenrechter ook verder geen beletsel ziet dat zich tegen toewijzing van de gevraagde voorziening verzet, zal zij de verzoeken dan ook als kennelijk gegrond toewijzen. Als het beroep wordt ingetrokken of anderszins wordt beëindigd, zal deze voorlopige voorziening komen te vervallen.
6. Omdat het verzoek wordt toegewezen, veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht
voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van de verzoekschriften). De rechtbank gaat er hierbij van uit dat het gaat om samenhangende zaken in de zin van artikel 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe in de zin dat verzoekers niet mogen worden uitgezet totdat op hun beroepen is beslist;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: