Vreemdelingenrecht

Terugkeerbesluit, SIS-signalering, beroep ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 22 april 2026

Zaakgegevens

Op 22 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 april 2026
Datum publicatie
18 mei 2026
Zaaknummer
NL26.1517
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:12200
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Terugkeerbesluit, SIS-signalering, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.1517


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. F. Çelen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 17 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser betoogt dat de SIS-signalering na het uitreiken van het bestreden besluit ten onrechte niet is opgeheven. Eiser stelt daartoe dat hij conform het bestreden besluit het Europees grondgebied heeft verlaten en de signalering dus geen doel meer kan dienen.

1.1.

De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiser zich uitsluitend richt tegen (het niet opheffen van) de SIS-signalering. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Verordening 2018/1860 voeren de lidstaten in SIS signaleringen in van onderdanen van derde landen jegens wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd om te verifiëren of aan de terugkeerverplichting is voldaan en om de tenuitvoerlegging van terugkeerbesluiten te ondersteunen. Wanneer een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd, wordt onverwijld een signalering inzake terugkeer in SIS ingevoerd. Verder volgt uit paragraaf A4/4.3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) dat wanneer een vreemdeling vertrekt uit het grondgebied van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland, en er enkel sprake is van een SIS-signalering op basis van een terugkeerbesluit, verweerder het besluit tot signalering zal opheffen.

1.2.

Niet in geschil is dat het terugkeerbesluit en de daarbij horende SIS-signalering terecht zijn opgelegd. De stelling dat eiser nadien, op 13 januari 2026 het Schengengebied heeft verlaten doet niet af aan de rechtmatigheid van de SIS-signalering ten tijde van het bestreden besluit (en de zitting). De rechtbank merkt nog op dat de gemachtigde van verweerder ter zitting kennis heeft genomen van de stukken die eiser kort voor de zitting heeft overgelegd en waaruit zou blijken dat hij het Schengengebied zou hebben verlaten. Zij heeft aangegeven dat, indien na het checken van de paspoortgegevens blijkt dat dit het geval is, zij ervoor zorg zal dragen dat de SIS-signalering zal worden opgeheven. Gelet op het voorgaande slaagt de beroepsgrond niet.

Conclusie en gevolgen

2. Het beroep is ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Abdoelkadir, rechter, in aanwezigheid van F.S. Ulrich, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.