Vreemdelingenrecht
Geen gronden ingediend – niet gebleken van een storing – geen verschoonbare reden – beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 19 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:12771 · Rechtbank Den Haag · 19 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-12771
Zaakgegevens
Op 19 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 mei 2026
- Datum publicatie
- 20 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.23938
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12771
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen gronden ingediend – niet gebleken van een storing – geen verschoonbare reden – beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.23938
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
v-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij het besluit van 23 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat een beroepschrift de gronden van het beroep. Als niet is voldaan aan dit vereiste, kan het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gekregen om het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.
2. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. De rechtbank heeft hem op 29 april 2026 in de gelegenheid gesteld om alsnog de gronden van het beroep in te dienen binnen een termijn van vijf werkdagen. Daarbij is aan eiser medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn geen gronden ingediend.
3. In overeenstemming met artikel 2.4, vierde lid, aanhef en onder c, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken is eiser op 8 mei 2026 verzocht aan te geven of er een verschoonbare reden is voor het niet herstellen van het verzuim. In reactie hierop is door eisers gemachtigde op 18 mei 2026 meegedeeld dat zij op 4 en 5 mei 2026 heeft geprobeerd de gronden van het beroep in te dienen, maar dit niet is gelukt. Op 6 mei 2026 heeft de gemachtigde de gronden van beroep ingediend, maar zijn deze niet verschenen in het dossier. In dit kader heeft de gemachtigde het servicenummer gebeld die geen storing hebben gesignaleerd. De gemachtigde van eiser heeft daarom een andere afdeling benaderd die kunnen inzien of er sprake is geweest van een storing en zal de rechtbank hiervan op de hoogte stellen.
4. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Uit de inlichtingen van eisers gemachtigde volgt niet dat er vanwege een gebrek in het systeem voor digitaal procederen sprake was van een onmogelijkheid om het herstelverzuimbericht van 29 april 2026 te raadplegen en daarop tijdig te reageren. Zulks volgt ook niet uit de internetpagina ‘Archief onderhoud en storingen’ van de rechtspraak over de periode 29 april tot en met 7 mei 2026. Het komt voor rekening en risico van eiser dat de notificatie in deze zaak niet is onderkend.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 19 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.