Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13475 · Rechtbank Den Haag · 21 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-13475
Zaakgegevens
Op 21 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 21 mei 2026
- Datum publicatie
- 26 mei 2026
- Zaaknummer
- NL25.43253
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13475
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43253
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Hanna),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 1 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 6 februari 2024.
Verzoeker heeft op 8 september 2025 nogmaals beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 6 februari 2024.
Op 12 november 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan op het beroep dat eiser op 1 juli 2025 had ingediend. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen in binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken. Daarbij is verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Op 24 februari 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft het beroep van 8 september 2025 ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Toen eiser op 8 september 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen, liep er al een andere beroepsprocedure van eiser tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde asielaanvraag (zaaknummer NL25.28935). Het was daarom niet nodig om nogmaals beroep in te stellen. Er is dan ook geen reden voor een proceskostenveroordeling in de tweede beroepszaak.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 mei 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.