Vreemdelingenrecht

PV mondelinge uitspraak – IOM – geen inzicht of nog sprake is van contact – geheimhoudingsplicht – beroep…

Rechtbank Den Haag, 26 mei 2026

Zaakgegevens

Op 26 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
26 mei 2026
Datum publicatie
28 mei 2026
Zaaknummer
NL25.13213
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:13802
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

PV mondelinge uitspraak – IOM – geen inzicht of nog sprake is van contact – geheimhoudingsplicht – beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.13213


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Uit het bericht van 13 januari 2026 van het IOM volgt dat eiser op 12 januari 2026 met ondersteuning van het IOM is teruggekeerd naar Colombia. Bij dit bericht is een door eiser ondertekende vertrekverklaring overgelegd, waarin eiser verklaart dat hij Nederland vrijwillig verlaat en instemt met beëindiging van nog lopende verblijfsrechtelijke procedures.

3. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 21 januari 2026 verzocht kenbaar te maken of en wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze. De gemachtigde van eiser heeft daarop gereageerd dat hij vanwege zijn geheimhoudingsplicht niet inhoudelijk kan reageren op het verzoek van de rechtbank. Deze reactie geeft geen inzicht in de vraag of nog contact bestaat tussen eiser en zijn gemachtigde.

4. Nu eiser is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, hij met de vertrekverklaring heeft ingestemd met beëindiging van lopende procedures en niet is gebleken van contact met zijn gemachtigde, wordt in lijn met vaste rechtspraak van de Afdeling, aangenomen dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en het proces-verbaal daarvan is openbaar gemaakt doormiddel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Internationale Organisatie voor Migratie.