Vreemdelingenrecht
Dublin bz – MOB – geen reactie gve – beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 26 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13806 · Rechtbank Den Haag · 26 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-13806
Zaakgegevens
Op 26 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.20235
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13806
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin bz – MOB – geen reactie gve – beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20235
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
v-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 8 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Verweerder heeft bij bericht van 6 mei 2026 de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft daarom op 7 mei 2026 de gemachtigde van eiser schriftelijk verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser, of hij nog contact heeft met eiser, of hij op de hoogte is van zijn verblijfsplaats en indien eiser in het buitenland verblijft, wat daarvan de reden is. De gemachtigde van eiser heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank heeft op 19 mei 2026 nogmaals aan de gemachtigde van eiser verzocht om voor 22 mei 2026 kenbaar te maken of hij nog contact onderhoudt met eiser en of hij op de hoogte is van zijn verblijfsplaats. Ook hier heeft de gemachtigde van eiser niet op gereageerd.
3. Gelet op deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de door hem aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.