Vreemdelingenrecht
Dublin Kroatië. Gezin met twee minderjarige kinderen. Uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel…
Rechtbank Den Haag, 28 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:13913 · Rechtbank Den Haag · 28 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-13913
Zaakgegevens
Op 28 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 28 mei 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.16386 en NL26.16388
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:13913
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Kroatië. Gezin met twee minderjarige kinderen. Uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel t.a.v. Kroatië. In dit geval spelen echter specifieke medische omstandigheden bij zowel eiser als dochter waardoor de minister niet zonder nader onderzoek naar deze specialistische behandeling kon stellen dat overdracht niet in strijd is met het arrest C.K. Beroep gegrond. De rechtbank draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.16386 en NL26.16388
hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in zaken NL26.16386 en NL26.16388
[eisers 1], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2],
Mede namens hun minderjarige kinderen,
[eisers 2], V-nummers: [V-nummer 3] en [V-nummer 4], eisers
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: C.R. Stoute).
Overwegingen
De rechtbank heeft vastgesteld dat in de uitspraak van 22 mei 2026 ten onrechte als uitspraakdatum staat vermeld 17 april 2026. De rechtbank is van oordeel dat de vermelding van de datum 17 april 2026 in de op 22 mei 2026 uitgesproken en bekend gemaakte uitspraak moet worden aangemerkt als een kennelijke, voor partijen kenbare, fout die zich leent voor eenvoudig herstel.
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat de in de op 22 mei 2026 bekend gemaakte uitspraak, de datum van 17 april 2026, vermeld bij de ondertekening van de uitspraak, wordt gewijzigd in 22 mei 2026.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.