Vreemdelingenrecht

Verzet – verzet tegen de uitspraak van 22 augustus 2025 – niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 24 april 2026

Zaakgegevens

Op 24 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
24 april 2026
Datum publicatie
28 mei 2026
Zaaknummer
NL25.30355-V
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:13931
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet – verzet tegen de uitspraak van 22 augustus 2025 – niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Uitspraak op verzet

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.30355-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposante] , opposante, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Oukil).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzet dat opposante heeft ingediend tegen de uitspraak van 22 augustus 2025 in de zaak NL25.30355.

In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante de minister op 23 juni 2025 in gebreke heeft gesteld. De minister diende volgens de uitspraak pas uiterlijk op 14 augustus 2025 te beslissen op de aanvraag.

Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.

Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

  1. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  2. In deze verzetszaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de uitspraak van 22 augustus 2025 terecht is geoordeeld dat het beroep van opposante niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.

  3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 22 augustus 2025 niet juist, omdat de ingebrekestelling van opposante geldig en tijdig was. Opposante voert

hierbij aan dat de beslistermijn van de asielaanvraag niet op 14 januari 2025 verliep, maar juist op 14 mei 2024, na de zes maanden-termijn. Zoals wordt benoemd in artikel 42, onder het eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Is het verzet van opposante ontvankelijk?

4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of opposante procesbelang heeft bij de beoordeling van haar verzet. Naar oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.

5. De reden is als volgt. Nadat opposante de onderhavige verzet procedure aanhangig heeft gemaakt, heeft opposante ook op 17 oktober 2025 een nieuwe procedure gestart betreffende dezelfde asielaanvraag als die in de onderhavige zaak.1 In de uitspraak die daar op is gevolgd, van 8 januari 2026, is al geoordeeld door de rechtbank dat het beroep van opposante gegrond wordt verklaart en dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend moet maken.

6. Omdat opposante met het verzet uiteindelijk slechts kan bereiken dat het beroep niet tijdig opnieuw inhoudelijk wordt bekeken, terwijl inmiddels al positief op zo’n beroep is beslist, heeft opposante geen procesbelang meer in de onderhavige zaak. Het verzet is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Conclusie

7. Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk is en dat de uitspraak van de rechtbank van NL25.30355 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

[afbeelding niet beschikbaar]

1 Zie hiervoor: ECLI:NL:RBDHA:2026:4115.

24 april 2026

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.