Vreemdelingenrecht
Verzoek om een voorlopige voorziening. Geen beroep meer aanhangig (connexiteitsvereiste). Verzoek…
Rechtbank Den Haag, 23 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:1516 · Rechtbank Den Haag · 23 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-1516
Zaakgegevens
Op 23 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Datum publicatie
- 29 januari 2026
- Zaaknummer
- NL25.26761
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:1516
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening. Geen beroep meer aanhangig (connexiteitsvereiste). Verzoek niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26761
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Bij besluit van 11 juni 2025 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op 30 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker beslist (het bestreden besluit). Op 1 augustus 2025 heeft verzoeker hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer: NL25.35586), waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar is omgeklapt naar een verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker deelgenomen. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
De rechtbank heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker en dit niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee is er geen beroep meer aanhangig. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neerlegede vereiste van connexiteit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Verzoeker krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.