Vreemdelingenrecht

Eiseres is mob. Geen procesbelang.

Rechtbank Den Haag, 8 juni 2026

Zaakgegevens

Op 8 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
8 juni 2026
Datum publicatie
10 juni 2026
Zaaknummer
NL26.17618
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:15598
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eiseres is mob. Geen procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.17618


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen


[eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseres

mede namens haar minderjarige kind,

[naam minderjarige kind], v-nummer: [nummer 2]

(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

Bij besluit van 30 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen, omdat Slovenië verantwoordelijk is.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep.

2. De minister heeft bij besluit van 30 maart 2026 de overdrachtstermijn met een jaar verlengd omdat eiseres volgens hem is vertrokken zonder dat bekend is waarheen. De gemachtigde van eiseres heeft op 1 mei 2026 desgevraagd aangegeven geen contact met eiseres te hebben.

3. Als een iemand in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend en vervolgens met onbekende bestemming vertrekt, dan kan dat betekenen dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem of haar gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank kan het beroep dan niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vreemdeling in dat geval geen procesbelang (meer) heeft. De rechtbank moet daar wel voorzichtig mee omgaan. Als de gemachtigde van de betrokken vreemdeling nog contact onderhoudt met de vreemdeling over het verloop van de procedure, dan mag in beginsel ervan uit worden gegaan dat de vreemdeling nog wel procesbelang heeft. Dat is alleen anders als er concrete aanknopingspunten bestaan waaruit kan worden afgeleid dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en ook op een andere manier geen actueel of reëel belang meer heeft.

4. Uit deze rechtspraak en de onder 2 genoemde omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiseres niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft eiseres geen belang bij een beoordeling van haar beroep.

5. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep van eiseres niet inhoudelijk beoordeelt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.G.C. Lelifeld, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.