Vreemdelingenrecht
Vovo - uitspraak gedaan op het beroep - een voorlopige voorziening is niet meer nodig - afwijzing verzoek om…
Rechtbank Den Haag, 15 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16166 · Rechtbank Den Haag · 15 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-16166
Zaakgegevens
Op 15 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 15 juni 2026
- Datum publicatie
- 15 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.59505
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16166
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo - uitspraak gedaan op het beroep - een voorlopige voorziening is niet meer nodig - afwijzing verzoek om voorlopige voorziening.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59505
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. D.J. Halbesma).
Inleiding
1. Met het besluit van 3 december 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 mei 2026, samen met het beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig. De rechtbank heeft het onderzoek op zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL25.59504, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.