Vreemdelingenrecht
Asiel. Proces-verbaal mondelinge uitspraak. MOB. Beroep niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 12 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16226 · Rechtbank Den Haag · 12 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-16226
Zaakgegevens
Op 12 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 juni 2026
- Datum publicatie
- 17 juni 2026
- Zaaknummer
- NL26.9475 en NL26.9476
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16226
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel. Proces-verbaal mondelinge uitspraak. MOB. Beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL26.9475 (beroep) en NL26.9476 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , eiser en verzoeker, hierna: eiser
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Post).
Inleiding
1. Eiser heeft op 12 januari 2026 een herhaalde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 26 januari 2026 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
2. Eiser heeft ook gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.
4. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank,
in de zaak geregistreerd onder NL26.9475:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter,
in de zaak geregistreerd onder NL26.9476:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
5. De rechtbank ziet zich in het kader van de ontvankelijkheid van het beroep voor de vraag gesteld of er nog sprake is van procesbelang.
6. Uit het dossier blijkt dat op 17 maart 2026 de vreemdelingenbewaring van eiser is opgeheven. Niet is gebleken dat eiser zich sindsdien weer heeft gemeld bij de IND, COA, AVIM of DTenV. De gemachtigde van eiser heeft bij brief van 5 juni 2026 medegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser.
7. De rechtbank overweegt als volgt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde over de beroepsprocedure, wordt geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.
8. Omdat eiser, gezien de genoemde omstandigheden onder 6, met onbekende bestemming is vertrokken, hij geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde over de voortgang van de procedure en de gemachtigde niet weet waar eiser zich bevindt, moet het ervoor worden gehouden dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Gelet hierop heeft hij geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is niet-ontvankelijk.
10. Omdat er nu is beslist op het beroep, heeft eiser geen belang meer bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.
11. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026 door mr. J.C.E Krikke, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Tegen het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.