Vreemdelingenrecht
Bewaring artikel 59 lid 1 onder a, onderzoek naar dochter, non-refoulement, belang van het kind, ongegrond
Rechtbank Den Haag, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16375 · Rechtbank Den Haag · 17 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-16375
Zaakgegevens
Op 17 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Datum publicatie
- 18 juni 2026
- Zaaknummer
- NL26.30982
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:16375
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewaring artikel 59 lid 1 onder a, onderzoek naar dochter, non-refoulement, belang van het kind, ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.30982
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Kaikai).
Procesverloop
Bij besluit van 3 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Mensah. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Ghanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1990.
Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn dochter in Spanje. Er hadden aanvullende vragen moeten worden gesteld over het belang van het kind. Eiser verwijst hierbij naar het arrest Adrar en de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2026.
De beroepsgrond slaagt niet om het volgende. Aan eiser is tijdens zijn gehoor voorafgaand aan de maatregel gelegenheid gegeven om kenbaar te maken of er ten opzichte van de verklaring van 22 mei 2026 iets is veranderd of dat hij daar opmerkingen en/of aanvullingen op heeft. Eiser heeft hierop verklaard: “Ik heb geen aanvullingen. Ik heb toen de waarheid verteld en u mag dat overnemen. Met alle respect mag u dat gebruiken.” Verder is aan eiser tijdens het gehoor gevraagd of hij familieleden in Nederland of elders in de Europese Unie heeft. Eiser heeft hierop geantwoord dat hij een vriendin en dochter heeft in Spanje. Ook is er gevraagd of hij getrouwd is of een relatie heeft en of er iemand van zijn zorg afhankelijk is. Eiser heeft hierop geantwoord dat hij een vriendin heeft in Spanje en dat hij haar al jaren niet meer heeft gezien, maar dat ze elkaar wel spreken. Verder geeft eiser desgevraagd aan dat zijn dochter van hem afhankelijk is. Hoewel verweerder hier op door had kunnen vragen, maakt dat niet dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan en dat de maatregel om die reden moet worden opgeheven. Immers blijkt uit het dossier dat verweerder tijdens de gehoren van de vorige maatregelen heeft gevraagd naar eisers vriendin en dochter. Tijdens het gehoor van
19 mei 2026 heeft eiser verklaard dat zijn vriendin en dochter in Spanje wonen en dat hij zijn dochter financieel en materieel ondersteunt. Tijdens het gehoor van 22 mei 2026 heeft eiser verklaard dat hij een kind heeft met een Italiaanse dame en dat zij in Spanje wonen. Ook heeft hij verklaard dat hij hen vier jaar niet heeft gezien en dat hij geld opstuurt. Nu eiser heeft aangegeven dat er geen aanvullingen zijn op dit gehoor van 22 mei 2026, mocht verweerder hiervan uitgaan en volstaan met de vragen zoals die zijn gesteld.
Verder voert eiser aan dat in de maatregel, bij de beoordeling van het beginsel van non-refoulement, niets is opgenomen over zijn biseksualiteit.
Eiser heeft op 14 november 2023 in Nederland een asielaanvraag ingediend, welke bij besluit van 27 februari 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Vervolgens heeft eiser op 21 mei 2026 opnieuw een asielaanvraag ingediend. Op 1 juni 2026 heeft hij zijn asielaanvraag ingetrokken.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 27 februari 2024 een afwijzende beschikking heeft gekregen op zijn asielaanvraag. In het kader van zijn asielaanvraag, waarin het asielmotief zijn seksuele geaardheid was, is het risico op refoulement beoordeeld. Het beroep hiertegen is met de uitspraak van de rechtbank van 4 april 2024 ongegrond verklaard. In het verslag van het gehoor staat een opmerking opgenomen over eisers geaardheid: “U geeft aan dat u niet kunt terugkeren omdat u gevaar loopt vanwege uw geaardheid. De IND heeft eerder in 2024 uw motieven uitgebreid beoordeeld.” In de maatregel van bewaring is vervolgens verwezen naar dit gehoor en is overwogen dat eiser niet kan aantonen dat er een ernstig risico aanwezig is dat hij aan de doodstraf, aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen wordt onderworpen indien hij terugkeert naar het land van herkomst. De rechtbank acht deze motivering voldoende, mede gelet op het feit dat eiser zijn (opvolgende) asielaanvraag vlak daarvoor had ingetrokken. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Ten slotte voert eiser aan dat hij in de maatregel een motivering mist over het belang van het kind. In de maatregel is niets opgenomen over eisers dochter. Eiser wijst wederom op het arrest Adrar.
Ook deze beroepsgrond slaagt niet. In de maatregel staat onder het kopje ‘familie EU/NED’ het volgende opgenomen:
De vreemdeling heeft aangegeven familie te hebben in Spanje.
Hij heeft weliswaar verklaard een partner, kinderen of andere familieleden in Spanje te hebben, maar hij heeft hierover desgevraagd geen nadere gegevens verstrekt, dan wel kan de door hem gegeven informatie niet worden geverifieerd.
Hij heeft eerder verklaard dat zijn advocaat in het bezit zal komen van alle documenten waarmee hij volgens zijn zeggen rechtmatig verblijf kan verkrijgen op basis van zijn vriendin en kind in Spanje.
Hij heeft tevens verklaard dat hij zijn kind heeft erkend en dat hij regelmatig geld en kleding stuurt naar zijn dochter en dat hij kort samengevat zorgt voor zijn kind.
Niet is gebleken dat betrokkene in Nederland of in Spanje daadwerkelijk familieleven onderhoudt.
Dat meenemende is het aannemelijk dat zij zelfredzaam zijn.
De vreemdeling heeft eerder een terugkeerbesluit en een inreisverbod binnen Europa.
Vreemdeling dient dus terug te keren naar Ghana. Ook het verblijf bij het familielid in Spanje is daarom niet toegestaan. Het familielid kan hem bezoeken in Ghana.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit wat verweerder heeft opgeschreven voldoende dat verweerder het belang van eisers dochter heeft meegenomen in de motivering van de maatregel. Verweerder heeft daarover overwogen dat niet is gebleken dat eiser in Nederland of in Spanje daadwerkelijk familieleven onderhoudt en dat het zijn terugkeer niet in de weg staat.
5. Verder leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van
M.A. van Garder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.