Vreemdelingenrecht

Geen beroepsgronden, niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 10 juni 2026

Zaakgegevens

Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
10 juni 2026
Datum publicatie
19 juni 2026
Zaaknummer
AWB 26/1601
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:16585
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen beroepsgronden, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/1601


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen


[eiser(es)], v-nummer: [nummer], eiser(es)

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (het COa).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser(es) tegen het bestreden besluit van het COa van 22 januari 2026.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser(es) de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

Heeft eiser(es) de gronden tijdig vermeld?

4. Eiser(es) heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser(es) in haar bericht van 28 januari 2026 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiser(es) heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Eiser(es) heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.

Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?

5. Eiser(es) heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op:

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.