Vreemdelingenrecht

beroep niet-ontvankelijk, geen beroepsgronden ingediend.

Rechtbank Den Haag, 23 juni 2026

Zaakgegevens

Op 23 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
23 juni 2026
Datum publicatie
23 juni 2026
Zaaknummer
NL26.12017
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17035
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet-ontvankelijk, geen beroepsgronden ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.12017


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam] , eiser,

v-nummer: [v-nummer] ,

(gemachtigde: mr. F.H. Gart),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 4 maart 2026 de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen deze beslissing.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

1.2.

Eiser heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

3. Iemand die beroep instelt moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: aangeven op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?

4. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 4 maart 2026 verzocht om dit verzuim uiterlijk 11 maart 2026 (vijf werkdagen) te herstellen. Eiser heeft binnen deze termijn geen gronden ingediend.

Is het niet tijdig vermelden van de gronden verschoonbaar?

5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verschoonbare reden voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het betreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van

mr. N. Wetterauw, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimeerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer NL26.120178. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb. Zie artikel 8.9 van het Procesreglement bestuursrecht.