Vreemdelingenrecht

asiel – BNT – niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 25 juni 2026

Zaakgegevens

Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
25 juni 2026
Datum publicatie
29 juni 2026
Zaaknummer
NL25.52568
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17572
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

asiel – BNT – niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.52568


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiser] ,

V-nummer: [V-nummer] , eiser,

(gemachtigde: mr. S. Sewnath),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 28 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 11 september 2024.

De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vw moet er binnen zes maanden op een asielaanvraag worden beslist. Op 15 november 2024 heeft verweerder meegedeeld dat wordt afgezien van het leggen van een claim bij Italië en dat eiser wordt toegelaten tot de nationale procedure. Verweerder heeft twee maanden de gelegenheid had om op basis van de Eurodac-treffer een claimverzoek bij Italië in te dienen. Daarom vangt de beslistermijn aan op 11 november 2024 en zou deze eindigen op 11 mei 2025. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. Zij verwijst in dat verband naar haar uitspraak van 12 juni 2025. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is.

3. Op de asielaanvraag van eiser is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium van toepassing. Eiser stelt namelijk dat hij de Syrische nationaliteit heeft. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvraag en is de asielaanvraag ingediend voor aanvang van het besluitmoratorium. Verder is niet gebleken dat eiser viel onder één van de in artikel 4 van het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Het gevolg is dat de beslistermijn was opgeschort voor de duur van het besluitmoratorium. Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom hervat op 14 juni 2025. De beslistermijn eindigt daarom op 11 november 2025.

4. Dat betekent dat op het moment van indiening van de ingebrekestelling op 8 oktober 2025 de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 25 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de

rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het

verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is

verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten

zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zie hiervoor artikel 21, eerste lid, van de Dublinverordening (EU) Nr. 604/2013. Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Vergelijk de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:10278. Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.