Vreemdelingenrecht

Beroep – kennelijk niet ontvankelijk – geen gronden – geen pkv

Rechtbank Den Haag, 25 juni 2026

Zaakgegevens

Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
25 juni 2026
Datum publicatie
1 juli 2026
Zaaknummer
AWB 25-18068
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17770
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep – kennelijk niet ontvankelijk – geen gronden – geen pkv

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/18068


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] ,

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2025 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:84, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat een beroepschrift de gronden van het beroep. Als niet voldaan is aan dit vereiste, kan het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gekregen om het verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn.

2. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. De rechtbank heeft eiser op 12 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om op uiterlijk 3 maart 2026 alsnog de gronden van het beroep in te dienen. Daarbij is aan eiser meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de gronden niet binnen deze termijn worden ingediend. Binnen de gestelde hersteltermijn zijn geen gronden ontvangen. De rechtbank is niet gebleken dat sprake is van verschoonbaar verzuim.

3. Gelet hierop is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 25 juni 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.