Vreemdelingenrecht

voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af

Rechtbank Den Haag, 29 juni 2026

Zaakgegevens

Op 29 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
29 juni 2026
Datum publicatie
1 juli 2026
Zaaknummer
NL25.40037
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17799
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.40037


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de

voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak

zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.40036, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 29 juni 2026 door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Algemene wet bestuursrecht.