Vreemdelingenrecht
BNT – asiel – niet-ontvankelijk – ingebrekestelling onjuist ingediend
Rechtbank Den Haag, 3 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18230 · Rechtbank Den Haag · 3 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-18230
Zaakgegevens
Op 3 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Datum publicatie
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.58921 & NL26.24269
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18230
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
BNT – asiel – niet-ontvankelijk – ingebrekestelling onjuist ingediend
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.58921 en NL26.24269
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Procesverloop
Eiser heeft beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk?
2. De aanvraag is in ontvangst genomen op 27 mei 2024. Eiser heeft verweerder op 15 september 2025 een ingebrekestelling gestuurd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn, omdat de ingebrekestelling niet geldig is. De ingebrekestelling is via uw.stukken.opsturen@ind.nl ingediend. Volgens verweerder was dit niet de juiste wijze voor het indienen van een ingebrekestelling en mocht deze enkel per post of via ‘veilig mailen’ op ind.nl worden ingediend.
3. Verweerder mag, gelet op artikel 2:14, tweede zin, van de Awb nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg. Dat heeft verweerder gedaan. Verweerder heeft als voorwaarde gesteld dat de ingebrekestelling via ‘veilig mailen’ op ind.nl moet worden ingediend. Op ind.nl is er een pagina ten behoeve van veilig mailen ingericht. Op deze pagina kan de indiener kiezen voor het indienen van een ingebrekestelling. Bij die keuze volgt een verwijzing naar een andere pagina. Vanaf die pagina kan de indiener de module ‘veilig mailen’ starten. Als die module wordt gevolgd, wordt de ingebrekestelling verzonden naar het emailadres ingebrekestelling@ind.nl. Daarmee heeft verweerder deze weg als enige juiste weg ingericht.
4. Daaraan doet niet af dat verweerder de ontvangst van de ingebrekestelling heeft bevestigd. In die ontvangstbevestiging staat namelijk dat een ingebrekestelling moet worden ingediend per post of via ‘veilig mailen’ op ind.nl. Verder staat daarin dat als de indiener dit via een andere weg heeft gedaan, deze dan niet geldig is en dat de IND de ingebrekestelling dan niet in behandeling neemt. Hieruit volgt dus dat een elektronisch ingediende ingebrekestelling ongeldig is als deze niet via ‘veilig mailen’ op ind.nl was ingediend. In dit geval is geen gebruik gemaakt van ‘veilig mailen’ op ind.nl.
5. Uit het voorgaande volgt dat er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling.
Conclusie en gevolgen
6. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 3 juli 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Biyikli, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.