Vreemdelingenrecht
Verzet tegen uitspraak op beroep niet tijdig beslissen (NTB), verzet gegrond. Verzet gedaan door…
Rechtbank Den Haag, 3 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18267 · Rechtbank Den Haag · 3 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-18267
Zaakgegevens
Op 3 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Datum publicatie
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.62607 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:18267
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet tegen uitspraak op beroep niet tijdig beslissen (NTB), verzet gegrond. Verzet gedaan door oorspronkelijke verweerder. Moratorium Iran.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62607 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie, opposant
(gemachtigde: mr. F.P. Dalhuizen),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 maart 2026 in het geding tussen
[geopposeerde] , V-nummer: [v-nummer] , geopposeerde
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
opposant.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 maart 2026 waarin de rechtbank het beroep van geopposeerde kennelijk gegrond heeft verklaard.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 30 maart 2026 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep kennelijk gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het beroep van geopposeerde
4. Het beroep van geopposeerde ging over het niet tijdig nemen van een besluit door opposant op zijn asielaanvraag van 18 december 2024.
De uitspraak van 30 maart 2026
5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond verklaard en opposant opgedragen om binnen een gestelde termijn alsnog op de aanvraag te beslissen. De reden hiervoor is dat de rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is verstreken, dat op 5 december 2025 een ingebrekestelling is ingediend en dat hierna meer dan twee weken zijn verstreken voordat het beroep werd ingesteld.
De verzetsgronden van opposant
6. Opposant heeft verzet gedaan, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 30 maart 2026. Volgens opposant heeft de rechtbank in de uitspraak ten onrechte geen rekening gehouden met het Besluit- en Vertrekmoratorium van 23 maart 2026 voor vreemdelingen uit Iran. Hiermee is de beslistermijn van lopende asielaanvragen en asielaanvragen die tijdens het moratorium worden ingediend door vreemdelingen uit Iran, verlengd met een jaar tot ten hoogste eenentwintig maanden.
De regels in verzet
7. Verzet gaat over de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van - in dit geval - het beroep van opposant. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in verzet beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de rechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.
Het oordeel van de rechtbank
8. De rechtbank is van oordeel dat in de uitspraak van 30 maart 2026 ten onrechte is geoordeeld dat het beroep kennelijk gegrond is. Er is daarom ten onrechte uitspraak gedaan zonder opposant op zitting te horen. Het is namelijk niet uitgesloten dat een zitting in het licht van het vorenstaande tot een andere uitkomst zou hebben geleid. De rechtbank heeft in de uitspraak van 30 maart 2026 geen rekening gehouden met het beslismoratorium voor Iraanse vreemdelingen gepubliceerd op 23 maart 2026.
Conclusie en gevolgen
9. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 30 maart 2026 vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand van zaken waarin dat zich bevond voordat die uitspraak werd gedaan.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het verzet gegrond;
-
verklaart de uitspraak van 30 maart 2026 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: