Vreemdelingenrecht
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. De rechtbank komt in deze uitspraak tot…
Rechtbank Den Haag, 1 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19090 · Rechtbank Den Haag · 1 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-19090
Zaakgegevens
Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Datum publicatie
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.4509
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19090
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing voldoet aan de regels van de wet. Verweerder heeft eisers verklaringen over zijn biseksuele gevoelens terecht summier gevonden. Verweerder heeft geen standpunt ingenomen over eisers seksuele ervaringen maar wel de gestelde problemen daardoor ongeloofwaardig geacht. De rechtbank volgt dit laatste. Verweerder heeft eisers asielaanvraag daarom kunnen afwijzen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.4509
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. E. Stap),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Sarmastzada).
Samenvatting
1. De rechtbank heeft de zaak van [eiser] op zitting behandeld en een uitspraak geschreven. De rechtbank zal hieronder een samenvatting geven van de uitspraak. Die is bedoeld voor [eiser] . De rechtbank zal hem hierna eiser noemen.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens en heeft daarvoor argumenten gegeven. Deze argumenten noemt de rechtbank de beroepsgronden. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing voldoet aan de regels van de wet. Verweerder heeft eisers verklaringen over zijn biseksuele gevoelens terecht summier gevonden. Verweerder heeft geen standpunt ingenomen over eisers seksuele ervaringen maar wel de gestelde problemen daardoor ongeloofwaardig geacht. De rechtbank volgt dit laatste. Verweerder heeft eisers asielaanvraag daarom kunnen afwijzen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 20 december 2025 zijn asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 18 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. J.W.F. Menick, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser is geboren op [datum] 1979 en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Hij stelt biseksueel te zijn en heeft verklaard een (seksuele) relatie te hebben gehad met [naam] . Eiser is ook getrouwd met zijn vrouw en zij hebben samen kinderen. Eiser en [naam] waren eerst vrienden maar na herhaalde pogingen van [naam] is eiser met hem een seksuele relatie aangegaan van twee maanden totdat zij zijn betrapt. Eiser is daarna ondergedoken. [naam] is opgepakt en door zijn familie naar Guinee Bissau gebracht en overgedragen aan de Djallah, een afgod. Uit angst heeft eiser zijn vrouw en kinderen naar Senegal gestuurd, waar zijn vrouw vandaan komt. Eiser heeft zijn oudste zoon achtergelaten bij zijn broer en is daarna gevlucht. Eiser vreest voor zijn familie en is bang om net als [naam] ook naar de Djallah te worden gestuurd. Eiser weet niet zeker of zijn familie bij de Gambiaanse autoriteiten heeft gemeld dat hij biseksueel is.
Wat staat er in het bestreden besluit?
4. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser als ongegrond afgewezen en aan hem een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiser de volgende relevante
elementen:
-
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
-
Biseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeien problemen.
Verweerder heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Eisers biseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen heeft verweerder ongeloofwaardig geacht omdat eiser geen objectieve documenten heeft verstrekt en eisers verklaringen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Gelet daarop heeft verweerder geconcludeerd dat eiser zijn gestelde vrees voor vervolging niet aannemelijk heeft gemaakt. Het feit dat eiser uit Gambia komt is niet voldoende voor vluchtelingschap en evenmin voor een reëel risico op ernstige schade.
Heeft verweerder de inhoud van de zienswijze in voldoende mate betrokken?
5. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder de inhoud van de zienswijze onvoldoende bij het bestreden besluit heeft betrokken. Deze grond heeft eiser op de zitting laten vallen.
Heeft verweerder eisers referentiekader voldoende betrokken bij de besluitvorming?
6. Eiser voert aan dat verweerder rekening moet houden met het referentiekader. Daaronder valt eisers opleidingsniveau, leeftijdsfase, cultuur en afkomst. Eiser is laag opgeleid en van hem kan redelijkerwijs niet worden verwacht dat hij uitgebreider en consistenter heeft kunnen verklaren dan hij heeft gedaan.
De rechtbank stelt allereerst vast dat in het voornemen een referentiekader is opgesteld. De rechtbank is verder met verweerder van oordeel dat verweerder in het gehoor en de besluitvorming is uitgegaan van eisers referentiekader en daarmee rekening heeft gehouden. Eiser heeft niet geconcretiseerd op welke punten hiermee onvoldoende rekening is gehouden. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat eiser in enige mate verklaringen over zijn gevoelens, gedachtes en ervaringen ten aanzien van zijn seksuele gerichtheid moet kunnen afgeven. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat dit standpunt onjuist is. Zijn culturele achtergrond en opleidingsniveau betekenen niet dat hij hier niets over kan verklaren.
Heeft verweerder de biseksualiteit van eiser ongeloofwaardig kunnen vinden?
7. Eiser voert aan dat verweerder zijn verklaringen over zijn biseksuele ervaringen ten onrechte ongeloofwaardig acht. Hij voert aan dat hij voldoende uitgebreid heeft verklaard ten aanzien van zijn gevoelens en gedachten voor mannen, namelijk over [naam] . Hij heeft verklaard dat hij van [naam] kan houden zoals hij van een vrouw kan houden. Het effect dat die gevoelens op eiser hebben gehad heeft gemaakt dat hij zijn geloof minder is gaan belijden. Eiser is minder gaan bidden nadat hij seks heeft gehad met [naam] . Daarmee heeft hij in voldoende mate inzichtelijk gemaakt wat voor effect zijn homoseksuele gevoelens hebben gehad op zijn geloofsovertuiging. Eiser stelt ook dat hij zijn gevoelens nu boven het geloof zet, ook als het geloof zijn activiteiten afkeurt. Eiser stelt dat hij alleen met [naam] heeft gesproken over zijn homoseksualiteit. Dat eiser met een onbekende man heeft gesproken over homoseksualiteit in het algemeen doet daar niet aan af.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers biseksualiteit niet geloofwaardig is. Zijn verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft summier en algemeen verklaard ten aanzien van zijn gevoelens en gedachten voor mannen. Wanneer aan eiser gevraagd wordt om liefdesgevoelens te beschrijven, verklaart hij over seksuele gevoelens. Enkel het hebben van seksuele gevoelens of het verrichten van seksuele handelingen met mannen is onvoldoende om te kunnen spreken van een biseksuele geaardheid. Redelijkerwijs mag verwacht worden dat in geval van een biseksuele geaardheid, er meer gevoelens voor het mannelijk geslacht aanwezig is dan enkel seks. Wanneer aan eiser gevraagd wordt om [naam] te beschrijven en wat eiser persoonlijk van hem vond geeft eiser daar in grote lijnen inzage over. Echter, wanneer het aankomt op eisers gevoelens voor [naam] die los staan van de seks, dan is daar geen sprake van. Eisers verklaringen daarover zijn algemeen van aard en gericht op seksuele gevoelens. Dat is wederom niet voldoende om de biseksuele geaardheid aannemelijk te achten. Eiser heeft ook verklaard over zijn religie en dat het hem pijn doet dat het niet toegestaan is om homoseksueel te zijn. Gelet op het feit dat eiser recentelijk achter zijn gevoelens voor mannen is gekomen, mag verwacht worden dat hij meer inzage kan geven over wat voor effect dit heeft op de geloofsovertuiging die hij al langer belijdt. Verweerder verwacht dat eiser in ieder geval kan verklaren wat dit gedaan heeft met zijn kijk op de islam en zijn eigen handelen hierin. De enkele stelling dat God vergeeft zolang je niet vergeet om te bidden, is in dit verband te summier, aldus verweerder. Eiser heeft verder wisselend en incoherent verklaard over zijn contact met derden in Gambia over zijn homo- of biseksualiteit. Enerzijds heeft eiser nooit over homoseksualiteit gesproken in zijn omgeving omdat het niet mogelijk was, enkel met [naam] . Anderzijds heeft eiser wel een relatief specifieke vraag over homoseksualiteit gesteld aan een man die enkel kent via een plek waar hij eten koopt. Tot slot verklaart eiser wisselend over het moment dat hij erachter kwam dat homoseksualiteit en biseksualiteit niet zijn toegestaan in Gambia. Niet valt in te zien dat eiser niet eenduidig kan verklaren over zijn eigen kennis ten aanzien van een mogelijk verbod op homoseksualiteit of biseksualiteit in Gambia en wanneer hij daar bewust van werd. Ook dit draagt niet in positieve zin bij aan de geloofwaardigheid van eisers seksuele geaardheid.
In de arresten Quotal en Ebilum heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) overwogen dat de terughoudende toets, zoals de Nederlandse rechter die nu in asielzaken verricht, niet verenigbaar is met het Europese recht. In lijn met deze rechtspraak toetst de rechtbank het besluit daarom nu vol.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser summier heeft verklaard over zijn gevoelens voor mannen. Eiser heeft oppervlakkig verklaard over gevoelens voor mannen in het algemeen en over zijn ontwikkeling tot biseksueel, ook rekening houdend met zijn referentiekader. Ook heeft verweerder terecht gesteld dat eiser voornamelijk over seksuele handelingen met [naam] heeft verklaard, maar nauwelijks inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens voor [naam] en gedachtes over het aangaan van de relatie. Over de verhouding tussen eisers gestelde geaardheid en zijn religie heeft eiser ook weinig verklaard. In de zienswijze heeft hij op dit punt aanvullend verklaard dat hij minder is gaan bidden, maar dit is niet in overeenstemming met hetgeen hij in het nader gehoor hierover heeft verklaard. Daarnaast biedt deze aanvullende verklaring nog steeds nauwelijks inzicht in eisers gedachten over die verhouding. De rechtbank stelt verder vast dat eisers enige homoseksuele ervaring die met [naam] zou zijn geweest. Eisers gestelde biseksualiteit is dus gestoeld op een twee maanden durende seksuele relatie met een man in 2025, terwijl eiser toen al ongeveer 45 jaar oud was en al langere tijd gehuwd met een vrouw. Ook heeft eiser nauwelijks uitgelegd waarom hij, na zes maanden twijfelen, alsnog een relatie is aangegaan met [naam] . Dit alles duidt op een beperkte ontwikkeling van zijn gestelde biseksuele geaardheid. Verweerder heeft daarom terecht aangenomen dat eiser zijn biseksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt.
Heeft verweerder de gestelde problemen ongeloofwaardig kunnen vinden?
8. Eiser heeft verklaard dat hij een seksuele relatie van twee maanden heeft gehad met [naam] . Verweerder heeft in de besluitvorming en op zitting geen duidelijk standpunt ingenomen over de geloofwaardigheid van deze gestelde ervaring. Weliswaar heeft verweerder gesteld dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over wat er in hem omging toen hij na zes maanden is ingegaan op [naam] pogingen om hem te verleiden, maar verweerder heeft hieraan geen conclusie verbonden over die gestelde relatie. Verweerder heeft verder telkens slechts benadrukt dat eiser te weinig inzicht heeft gegeven in zijn gevoelens en gedachtes over zijn geaardheid. De rechtbank ziet zich echter gezien de in 7.2 genoemde arresten gesteld voor de vraag of eiser op basis van zijn verklaringen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op basis van artikel 3 van het EVRM. Als eiser niet overtuigend heeft verklaard over zijn gestelde biseksualiteit, maar hij wel twee maanden seks heeft gehad met [naam] én zij op enig moment zijn betrapt, loopt hij het risico dat hem toegedicht wordt homo- of biseksueel te zijn. Eiser heeft zich niet beroepen op toegedichte homo- of biseksualiteit, maar gezien de in 7.2 genoemde arresten beoordeelt de rechtbank dit toch. De rechtbank gaat hier in de hierna volgende overwegingen verder op in.
In dit verband is van belang dat verweerder een standpunt heeft ingenomen over de problemen vanwege eisers gestelde biseksuele geaardheid. Hij stelt dat eiser summier, oppervlakkig en incoherent over zijn persoonlijke problemen door de betrapping heeft verklaard. Eiser geeft weinig details over de betrapping. Hoe de familie van [naam] achter de relatie kwam, kan eiser niet uitleggen. [naam] zou hebben gezegd dat zijn familie hem geconfronteerd heeft omdat hij door hen in de gaten werd gehouden. Deze verklaringen duiden voornamelijk op eigen invulling en vermoedens wat onvoldoende is. Later heeft eiser verklaard dat de familie van [naam] in het huis van zijn maatjes kwam en begonnen te schreeuwen. Eiser zou toen gevlucht zijn. Niet valt in te zien dat eiser en [naam] voorzichtig met elkaar afspraken, maar dat de familie van [naam] deze ontmoetingsplek plotseling binnenviel. Daarnaast verklaart eiser dat [naam] meteen werd meegenomen naar Guinee Bissau, maar er wel één maand tussen het binnenvallen en het telefoontje naar eiser zat. Dit maakt eisers verklaringen over de gestelde problemen niet worden geloofd, aldus verweerder.
De rechtbank begrijpt uit hetgeen hierboven is aangehaald dat verweerder niet gelooft dat eiser is betrapt. Eiser heeft hier in beroep niets over gesteld of verweerders motivering betwist. De rechtbank volgt verweerder verder in zijn motivering. Hetgeen eiser heeft verklaard over de gestelde betrapping is niet duidelijk en mist details. Daarmee is de betrapping niet geloofwaardig.
Dit betekent dat ook als wordt uitgegaan van de gestelde relatie met [naam] niet aannemelijk is dat dit bekend is geworden en dus ook niet dat eiser homo- of biseksualiteit wordt toegedicht. Daarmee is de onder overweging 8. genoemde vraag ook op dit punt in negatieve zin beantwoord.
Conclusie en gevolgen
9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling in beide zaken bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.N. van Rijn, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Zoon, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.