Vreemdelingenrecht
Dubbel beroep, kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 9 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19129 · Rechtbank Den Haag · 9 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-19129
Zaakgegevens
Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2026
- Datum publicatie
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.37707
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19129
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dubbel beroep, kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37707
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder een terugkeerbesluit opgelegd aan eiseres.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit op 12 augustus 2025 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 12 augustus 2025 twee losse beroepen heeft ingesteld tegen het terugkeerbesluit van 15 juli 2025. Bij uitspraak van 9 juli 2026 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep met zaaknummer NL25.37719 niet-ontvankelijk verklaard.
2. Nu eiseres twee keer een beroep heeft ingediend tegen het terugkeerbesluit van 15 juli 2025 en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 9 juli 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.