Vreemdelingenrecht
Dublin, verzet, Spanje, AIDA- en CEAR-rapport, ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 14 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20054 · Rechtbank Den Haag · 14 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-20054
Zaakgegevens
Op 14 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 april 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.62214 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20054
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, verzet, Spanje, AIDA- en CEAR-rapport, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62214 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet in de zaak tussen
[opposante] , opposante, V-nummer: [V-nummer 1]
mede namens haar minderjarige kind
[minderjarige] , V-nummer: [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. P.L.M. Stieger),
samen: opposanten
en
de Minister van Asiel en Migratie , verweerder.
(gemachtigde: mr. E. de Jong).
Inleiding
1. Bij besluit van 18 december 2025 heeft verweerder de aanvraag van opposanten tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Opposanten hebben tegen dit besluit beroep ingesteld. Het beroep is bij uitspraak van
26 februari 2026 (de bestreden uitspraak) buiten zitting kennelijk ongegrond verklaard.
Opposanten hebben op 9 maart 2026 tegen de bestreden uitspraak verzet ingediend.
Het onderzoek op zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Hieraan hebben opposanten, de gemachtigde van opposanten en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Opposanten hebben de Afghaanse nationaliteit en zijn geboren op [geboortedatum 1] 1990 en [geboortedatum 2] 2023. Opposanten hebben in Nederland een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.
Wat heeft de rechtbank in de bestreden uitspraak geoordeeld?
3. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft in de bestreden uitspraak – kort samengevat – geoordeeld dat verweerder niet gehouden was om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje. Opposanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat het Spaanse asiel- en opvangsysteem zodanige tekortkomingen kent dat overdracht aan Spanje een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest met zich meebrengt. Ook het beroep op het arrest Tarakhel slaagde niet, nu zij en haar kind niet aangemerkt kunnen worden als bijzonder kwetsbaar. Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd.
Wat vinden opposanten in verzet?
4. Opposanten betogen - kort samengevat - dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zonder stukken zou zijn aangevoerd dat opposanten lang moeten wachten totdat zij worden toegelaten tot de asielprocedure in Spanje. In reactie daarop verwijzen opposanten naar een aantal bronnen die dit standpunt onderbouwen, zoals het AIDA-rapport (update 2024), het jaarlijkse rapport van Forum for the Social Integration of Immigrants over 2024 en de CEAR-rapportages over het Spaanse asielsysteem. Opposanten voeren aan dat de rechtbank de uitspraak onvoldoende heeft gemotiveerd, met name op het punt dat opposanten bij voorkomende problemen een klacht dienen in te dienen bij de Spaanse (hogere) autoriteiten.
Wat is het toetsingskader bij verzet?
5. Bij verzet oordeelt de rechtbank uitsluitend of het beroep van een opposant buiten redelijke twijfel ongegrond verklaard kon worden zonder het houden van een zitting. Als de opposant met gegronde redenen kan onderbouwen dat het beroep niet zonder zitting afgedaan mocht worden bij de bestreden uitspraak, kan het verzet gegrond verklaard worden. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die bij een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan wordt het verzet gegrond verklaard zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.
Wat is het oordeel van de rechtbank over het verzet?
6. In wat opposanten hebben aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 26 februari 2026. Hierbij is van belang dat hetgeen is aangevoerd grotendeels een herhaling is van de eerdere beroepsgronden. De rechtbank is op die beroepsgronden ingegaan en heeft een gemotiveerd oordeel gegeven waarom het beroep kennelijk ongegrond is. De rechtbank heeft het AIDA-rapport waar opposanten naar verwijzen betrokken in haar oordeel. De overige landeninformatie schetst verder geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die reeds door de Afdeling is beoordeeld. De rechtbank benadrukt dat er weliswaar problemen zijn in de Spaanse asielprocedure, maar dat niet aannemelijk is geworden dat er niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Verder stelt de rechtbank vast dat uit overweging 6.1. van de bestreden uitspraak volgt dat opposanten niet hebben onderbouwd dat zij specifiek, dus als alleenstaande moeder met een jong kind, geen toegang zullen krijgen tot de opvangvoorzieningen in Spanje. Daarnaast treft de stelling van opposanten ter zitting dat zij in Spanje niet kunnen klagen geen doel. De rechtbank overweegt hiertoe dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vaststaat dat vreemdelingen de mogelijkheid hebben om een klacht bij de daartoe geëigende autoriteiten in te dienen, indien zij problemen ondervinden met betrekking tot (de toegang tot) de Spaanse asielprocedure en/of opvangvoorzieningen.
De rechtbank overweegt dat opposanten verder geen gronden naar voren hebben gebracht waaruit blijkt dat zich feiten en omstandigheden voordoen die bij een normale behandeling ter zitting nog hadden kunnen worden aangevoerd en die zich mogelijk tegen een overdracht naar Spanje verzetten. De rechtbank heeft de gronden die door opposanten naar voren zijn gebracht voldoende zorgvuldig beoordeeld en de uitspraak voldoende gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
7. Gelet op het voorgaande is het verzet ongegrond. Dat betekent dat de eerdere uitspraak van 26 februari 2026 in stand blijft.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van
V. Nooteboom, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen de uitspraak op het verzet is geen hoger beroep mogelijk.