Vreemdelingenrecht

MOB, geen procesbelang, niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 20 juli 2026

Zaakgegevens

Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
20 juli 2026
Datum publicatie
21 juli 2026
Zaaknummer
NL24.8901
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20269
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

MOB, geen procesbelang, niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.8901


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2026 in de zaak tussen


[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D. Post).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het stopzetten van de aan hem toegekende facultatieve tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (Richtlijn) en de oplegging van meerdere terugkeerbesluiten.

1.1.

De rechtbank heeft het beroep op 10 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.

1.2.

De minister heeft, na sluiting van het onderzoek, op 1 juni 2026 een bericht in het digitale dossier geplaatst waaruit blijkt dat eiser op 13 mei 2026 vrijwillig is vertrokken naar zijn land van herkomst.

1.3.

De rechtbank heeft het onderzoek op 23 juni 2026 heropend. Hierbij heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing op het beroep.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen procesbelang meer heeft bij zijn beroep. Hierna legt de rechtbank uit

hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Heeft eiser nog procesbelang?

3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 1 juli 2024 overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Er mag van uitgegaan worden dat een vreemdeling belang heeft bij zijn beroep als uit recente informatie van zijn gemachtigde van na de MOB-melding blijkt dat deze nog contact onderhoudt met de vreemdeling over de procedure.

3.1.

De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om aan te geven of eiser nog belang heeft bij een inhoudelijke beslissing van het beroep. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, r.o. 2.7.