Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20405 · Rechtbank Den Haag · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-20405
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.49148, NL25.49152 en NL25.49150
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20405
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo; afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.49148, NL25.49152 en NL25.49150
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser 1] , eiser, V-nummer: [V-nummer 1] ,
[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V-nummer 2] ,
[eiser 2] , eiser, V-nummer: [V-nummer 3] ,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluiten van 2 oktober 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. In de uitspraak van vandaag met zaaknummers: NL25.49147, NL25.49149 en NL25.49151 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop het verzoek om voorlopige voorzieningen betrekking heeft. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2026 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.