Vreemdelingenrecht
bewaring, vervolgberoep, prematuur, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21022 · Rechtbank Den Haag · 10 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-21022
Zaakgegevens
Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Datum publicatie
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.37500
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21022
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bewaring, vervolgberoep, prematuur, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.37500
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft op 3 juni 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het vooronderzoek op 9 juli 2026 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 7 juli 2026 dit vervolgberoep ingesteld. Toen was er echter nog geen uitspraak gedaan op het door eerste beroep van eiser (NL26.36365) van 1 juli 2026. Uit de tekst van artikel 96, eerste lid, van de Vw volgt dat een vervolgberoep pas kan worden ingesteld als op het beroep tegen de bewaring is beslist. Omdat het vervolgberoep eerder is ingediend, zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Conclusie en gevolgen
2. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.