Vreemdelingenrecht

Asiel; Libië; Beroep ongegrond; Verweerder heeft terecht de problemen met een man van de eenheid Al Radeh Al…

Rechtbank Den Haag, 9 juli 2026

Zaakgegevens

Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
9 juli 2026
Datum publicatie
28 juli 2026
Zaaknummer
NL26.12772
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21107
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Asiel; Libië; Beroep ongegrond; Verweerder heeft terecht de problemen met een man van de eenheid Al Radeh Al Khas ongeloofwaardig geacht; Geen gegronde vrees voor vervolging vanwege stamafkomst; Geen reëel risico op ernstige schade vanwege situatie van willekeurig geweld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.12772


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. N. Birrou),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

1.1.

Eiser heeft op 19 februari 2026 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 7 maart 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

Asielrelaas

2. Eiser heeft de Libische nationaliteit, behoort tot de Tarhuna stam en is geboren op [geboortedatum] 1997. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat het onveilig is in Libië en dat hij daarom vreest dat hij bij terugkeer gewond zal raken of gedood zal worden. Eiser heeft daarnaast verklaard dat hij in 2019 problemen heeft ondervonden met een man van de eenheid Al Radeh Al Khas en in 2022 is aangehouden vanwege het bezit van hasj.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. eisers problemen met een man van de eenheid Al Radeh Al Khas.

3.1.

Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt eisers problemen met een man van de eenheid Al Radeh Al Khas niet geloofwaardig. Eiser heeft namelijk geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven, terwijl hij heeft verklaard dat hij bewijzen heeft ter onderbouwing van zijn asielmotief, maar deze niet heeft overgelegd. Ook vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Daarnaast kan eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd, omdat hij meermaals met onbekende bestemming is vertrokken. Verweerder vindt het wel geloofwaardig dat eiser behoort tot de Tarhuna stam, maar niet dat hij daardoor gegronde vrees heeft voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Tot slot vindt verweerder dat eiser bij terugkeer naar Libië geen reëel risico op ernstige schade loopt. In het noordwesten van Libië is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat juist hij, gelet op zijn specifieke omstandigheden, een reëel risico loopt slachtoffer te worden van dat geweld.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser voert allereerst aan dat in asielzaken niet zonder meer kan worden verlangd dat een vreemdeling zijn relaas met objectieve documenten onderbouwt. Dit geldt temeer voor landen zoals Libië, waar de staatstructuren ernstig verzwakt zijn en waar het functioneren van de rechtsstaat beperkt is.

Eiser voert verder aan dat hij consistent heeft verklaard over de kern van zijn relaas. Eventuele verschillen in details kunnen worden verklaard door het tijdsverloop en de stressvolle omstandigheden waaronder hij zijn verklaringen heeft afgelegd.

Eiser voert daarnaast aan dat verweerder bij de beoordeling van het relaas had moeten betrekken dat de Libische autoriteiten in de praktijk niet in staat zijn om bescherming te bieden tegen gewapende milities. Bovendien blijkt uit verschillende landenrapporten dat Libië nog steeds wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit, de aanwezigheid van gewapende milities en het ontbreken van effectieve staatscontrole over delen van het grondgebied. Tegen deze achtergrond is eisers relaas niet onaannemelijk. Daar komt bij dat er sprake is van instabiliteit in het Midden-Oosten en dat dit kan leiden tot een verdere verslechtering van de veiligheidssituatie.

Tot slot is eiser van mening dat er een concrete en kenbare beoordeling ontbreekt van het risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het EVRM.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Arrest Ebilum

6. De rechtbank stelt voorop dat zij, gelet op het arrest van het Hof van Justitie in Ebilum, het standpunt over de geloofwaardigheid van de door een vreemdeling afgelegde verklaringen voortaan zonder enige terughoudendheid zal beoordelen. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de asielrechter een volledig onderzoek moet verrichten van de relevante feitelijke elementen. De rechtbank toets de geloofwaardigheid van het asielrelaas dan ook vol.

De geloofwaardigheidsbeoordeling

7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het ongeloofwaardig is dat eiser problemen heeft met een man van de eenheid Al Radeh Al Khas en overweegt hiertoe als volgt.

7.1.

Verweerder heeft allereerst terecht tegengeworpen dat eiser geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij foto’s en filmpjes heeft van zijn kapperszaak en de beschieting van zijn huis. Eiser heeft deze stukken echter niet overgelegd. Eiser heeft geen goede verklaring gegeven waarom hij deze stukken niet heeft overgelegd. Daarnaast is niet gebleken dat hij heeft geprobeerd deze te verkrijgen. Eisers betoog dat niet van hem verwacht mag worden dat hij zijn relaas met objectieve documenten onderbouwt omdat in Libië de staatsstructuren ernstig zijn verzwakt en het functioneren van de rechtsstaat beperkt is, slaagt niet. Het gaat immers om foto’s en fimpjes, waarvan eiser zelf heeft verklaard dat hij deze in zijn bezit heeft. Het betreft geen stukken die door de autoriteiten zijn afgegeven.

7.2.

Verder heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eisers verklaringen geen aannemelijk en samenhangend geheel vormen. Zo heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser wisselend heeft verklaard over hoe vaak hij de man van de eenheid Al Radeh Al Khas heeft gezien. Eiser heeft eerst verklaard dat hij de man vier of vijf keer heeft gezien. Later heeft eiser echter verklaard dat hij hem twee keer heeft gezien. Verweerder heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser wisselend heeft verklaard over de beschieting van zijn huis. Eiser heeft eerst verklaard dat hij de man tijdens de beschieting bij zijn huis heeft gezien. Daarna heeft eiser echter verklaard dat hij de man niet met eigen ogen heeft gezien, maar dat hij van zijn buren hoorde dat de man had gezegd dat hij eiser niet los zou laten. Eiser heeft geen verschoonbare verklaring voor deze wisselende verklaringen gegeven. De enkele stelling dat hij wel consistent heeft verklaard over de kern van zijn relaas, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet. Dat eventuele verschillen in details kunnen worden verklaard door het tijdsverloop en de stressvolle omstandigheden waaronder eiser zijn verklaringen heeft afgelegd, volgt de rechtbank evenmin. Eiser heeft tijdens het gehoor niet aangegeven dat hij last had van stress en hij heeft verderniet onderbouwd dat hij vanwege het tijdsverloop en stress geen eenduidige verklaringen over zijn relaas kan afleggen. Bovendien zien de wisselende verklaringen niet op details van het relaas.

Verweerder heeft verder terecht betrokken dat eisers stelling dat hij wordt gezocht door de man van de eenheid Al Radeh Al Khas is gebaseerd op vermoedens en horen zeggen. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat eiser er geen concrete aanwijzingen voor heeft dat de man van de eenheid Al Radeh Al Khas zijn huis heeft beschoten, maar dat hij dit enkel heeft vernomen van zijn buren. Verweerder heeft ook terecht van belang geacht dat eiser persoonlijk na het incident in de kapperszaak in 2019 niets meer van de man heeft vernomen. Dit terwijl eiser tot 2024 in het huis heeft gewoond. Hetzelfde geldt voor zijn familieleden, die nog altijd in het huis wonen.

Eisers betoog dat uit de overgelegde landenrapporten volgt dat het land nog steeds wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit, de aanwezigheid van gewapende milities en het ontbreken van effectieve staatscontrole over delen van het grondgebied en dat tegen deze achtergrond zijn relaas niet onaannemelijk is, slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat eiser hiermee niet heeft onderbouwd dat hij persoonlijk problemen heeft ondervonden met een man van de eenheid Al Radeh Al Khas.

7.3.

Verweerder heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij zowel in Nederland als in Duitsland met onbekende bestemming is vertrokken en de uitkomst van zijn asielaanvraag niet heeft afgewacht. Dit wordt ook niet betwist in de beroepsgronden.

7.4.

Nu verweerder op goede gronden eisers problemen met de man van de eenheid Al Radeh Al Khas ongeloofwaardig heeft geacht, is voorts niet van belang of de Libische autoriteiten bescherming kunnen bieden.

Vrees voor vervolging

8. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiser tot de Tarhuna stam behoort. Uit het landgebondenbeleid volgt dat Gadaffi-loyalisten, waaronder personen die behoren tot de Tarhuna stam, die tot hun vertrek uit Libië hun verblijf hadden in gebieden waar milities en brigades die behoren tot de voormalige GNA de macht hebben, zijn aangemerkt als risicoprofiel. Het vallen onder een risicoprofiel betekent niet automatisch dat eiser te maken krijgt met vervolging bij terugkeer. Het is namelijk aan eiser om zijn individuele vrees voor vervolging aannemelijk te maken, ook als hij valt onder een risicoprofiel. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eiser geen individuele omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat hij gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege zijn stamafkomst. Verweerder heeft terecht van belang geacht dat eiser nooit persoonlijke problemen heeft ondervonden vanwege het behoren tot de Tarhuna stam en er geen concrete aanwijzingen voor heeft dat dit bij een terugkeer naar Libië wel het geval zal zijn.


Reëel risico op ernstige schade vanwege situatie van willekeurig geweld

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Tripoli enkel door zijn aanwezigheid een reëel risico op ernstige schade loopt. Verweerder neemt voor Tripoli aan dat er sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiser verwijst in de beroepsgronden naar actuele landeninformatie waaruit volgt dat het land nog steeds wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit, de aanwezigheid van gewapende milities en het ontbreken van effectieve staatscontrole over delen van het grondgebied. Uit de beroepsgronden volgt dat eiser dit voornamelijk heeft aangevoerd in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling. Voor zover eiser de landeninformatie in het kader van de beoordeling van het niveau van willekeurig geweld heeft aangevoerd, acht de rechtbank van belang dat de landeninformatie geen wezenlijk ander beeld geeft van de algemene situatie in Tripoli dan in het landgebonden beleid van verweerder is vastgesteld.

9.1.

Het is daarom aan eiser om aannemelijk te maken dat hij wegens persoonlijke omstandigheden het risico loopt om specifiek geraakt te worden door willekeurig geweld. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen relevante persoonlijke kenmerken heeft aangevoerd die maken dat hij een hoger risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Ten aanzien van eisers verklaring dat hij problemen heeft gehad met een militie omdat hij een joint in zijn bezit had, overweegt de rechtbank dat dit geen risico verhogende omstandigheid vormt. Niet valt namelijk in te zien dat eiser hierdoor een verhoogd risico loopt om geraakt te worden door willekeurig geweld. Daarnaast betreft het een commuun delict en mag in alle redelijkheid van eiser verwacht worden dat hij dat niet nogmaals zal doen. Eisers betoog dat er geen zelfstandige, volledige en actuele beoordeling is gemaakt van het risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM, slaagt gelet op het voorgaande niet. Dat er sprake is van algemene instabiliteit in het Midden-Oosten en dit zou kunnen leiden tot een verdere verslechtering van de veiligheidssituatie in Libië, leidt evenmin tot een ander oordeel. De rechtbank ziet in de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten onvoldoende aanknopingspunten om bij terugkeer naar Libië een reëel risico op ernstige schade voor eiser aan te nemen.

Conclusie en gevolgen

10. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiser terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.

11. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 31, zesde lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw. Artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 juni 2026, ECLI:EU:C:2026:448, onder 58. Gehoor opvolgende aanvraag van 3 maart 2026, p. 5. Gehoor opvolgende aanvraag van 3 maart 2026, p. 13. Gehoor opvolgende aanvraag van 3 maart 2026, p. 12. Gehoor opvolgende aanvraag van 3 maart 2026, p. 12. Paragraaf C7/22.3.2.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). Paragraaf C7/22.4.2. van de Vc.