Vreemdelingenrecht
Beroep tegen de ophouding. Geen sprake van verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding. Beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21257 · Rechtbank Den Haag · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-21257
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- NL26.39914
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21257
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen de ophouding. Geen sprake van verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.39914
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. J. van Bennekom),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)
(gemachtigde: mr. Ö. Sari).
Procesverloop
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen heeft eiser op 16 juli 2026 opgehouden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiser heeft tegen de ophouding beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1973.
2. Eiser betoogt dat sprake is geweest van een verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat de verbalisanten de beschikbare systemen hebben geraadpleegd en zagen dat eiser verwijderbaar was. De verbalisanten hebben vervolgens op advies van de vreemdelingenpolitie eiser aangehouden op grond van de Wet op de identificatieplicht, vanwege het niet voldoen aan de verplichting een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. Volgens eiser volgt hieruit dat sprake is van een verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding aangezien de aanhouding op advies van de vreemdelingenpolitie heeft plaatsgevonden. Overigens was er geen reden om over te gaan tot aanhouding, aangezien eiser zichzelf met een Georgisch rijbewijs heeft geïdentificeerd.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 16 juli 2026 blijkt het volgende. Omstreeks 15:50 uur kregen verbalisanten een melding om naar een yogastudio te gaan vanwege het afgaan van een inbraakalarm. In de yogastudio troffen verbalisanten eiser aan. Eiser heeft zich geïdentificeerd met een Georgisch rijbewijs. Nadat duidelijk werd dat eiser als klusjesman in de yogastudio werkt, hebben verbalisanten een geldig legitimatiebewijs gevorderd. Eiser gaf aan dat hij alleen een verlopen identiteitsbewijs bij zich had. Het paspoort van eiser zou thuis liggen bij zijn zus in [plaats] . In de beschikbare politiesystemen zagen verbalisanten dat eiser als verwijderbaar stond vermeld. Zij hebben vervolgens contact opgenomen met de vreemdelingenpolitie. In het proces-verbaal staat vermeld dat de verbalisanten op advies eiser hebben aangehouden ter zake de Wet op de identificatieplicht.
De rechtbank is van oordeel dat uit het proces-verbaal van bevindingen voldoende blijkt dat de aanleiding om eiser aan te houden niet vreemdelingrechtelijk van aard was. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verbalisanten ter plaatse waren vanwege een melding van een inbraakalarm in een yogastudio. Dit past binnen de uitoefening van algemene politietaken. Nadat eiser geen geldig legitimatiebewijs kon tonen, hebben de verbalisanten de beschikbare politiesystemen geraadpleegd. Daaruit bleek dat eiser verwijderbaar was en hebben de verbalisanten contact opgenomen met de vreemdelingenpolitie. Dat eiser vervolgens op advies van de vreemdelingenpolitie door verbalisanten is aangehouden ter zake de Wet op de identificatieplicht, maakt niet dat de verbalisanten niet langer handelden in het kader van hun algemene politietaken. De informatie dat eiser verwijderbaar was, is pas aan het licht gekomen nadat eiser op vordering geen geldig legitimatiebewijs kon tonen. Onder deze omstandigheden is dan ook geen sprake van een verkapt vreemdelingrechtelijke aanhouding. De beroepsgrond slaagt niet.
3. Het beroep tegen de ophouding is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.