Vreemdelingenrecht
Dublin Duitsland, geen gronden, niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21261 · Rechtbank Den Haag · 30 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-21261
Zaakgegevens
Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.20208 en NL25.20209
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21261
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Duitsland, geen gronden, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.20208 en NL25.20209
V-nummer: [V nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] ,
geboren op [geboortedatum] 1997, van Iraakse nationaliteit, eiser en verzoeker (hierna: eiser),
aliassen:
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum] 1997, van Iraakse nationaliteit,
en
[naam 2]
geboren op [geboortedatum] 1998, van Iraakse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy)
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Bij besluit van 14 april 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de overdracht aan Duitsland te verbieden totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) doet op grond van de artikelen 8:54 en 8:83 van de Awb uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat eiser de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: aangeven op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Heeft eiser de gronden tijdig vermeld?
4. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 1 mei 2025 verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen deze termijn geen gronden ingediend.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verschoonbaar?
5. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van15 mei 2025 verzocht om binnen één week te laten weten of er redenen zijn waarom de gronden niet zijn ingediend. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verschoonbare reden voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft.
7. Omdat bij deze uitspraak op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder het zaaknummer NL25.20208:
- verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder het zaaknummer NL25.20209:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. K.C. van der Vegt, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.