Vreemdelingenrecht

Verzet tegen uitspraak op beroep niet tijdig beslissen (NTB), verzet ongegrond. Verzet gedaan door…

Rechtbank Den Haag, 31 juli 2026

Zaakgegevens

Op 31 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
31 juli 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Zaaknummer
AWB 24/11047 V
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21790
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet tegen uitspraak op beroep niet tijdig beslissen (NTB), verzet ongegrond. Verzet gedaan door oorspronkelijke eiser. Er is terecht uitspraak gedaan zonder opposant op zitting te horen, omdat verweerder al een besluit had genomen op de aanvraag van opposant, waardoor opposant geen belang meer had bij de behandeling van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/11047 V


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 op het verzet van


[opposant] , V-nummer: [V-nummer], opposant

tegen de uitspraak van de rechtbank van 21 april 2025 in het geding tussen

opposant

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 21 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.

Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak alleen of in de uitspraak van

21 april 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep kennelijk gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het beroep van opposant

4. Het beroep van opposant ging over het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 12 november 2022.

De uitspraak van 21 april 2025

5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant geen procesbelang meer heeft bij het beroep met betrekking tot het niet tijdig beslissen. De reden hiervoor is dat verweerder, nadat opposant beroep had ingesteld en buiten de beslistermijn, alsnog op de aanvraag heeft beslist.

De verzetsgronden van opposant

6. Opposant heeft verzet gedaan, omdat opposant vindt dat hij wel belang heeft bij deze zaak. Hij wil namelijk een erkenning van het onrechtmatig overschrijden van de termijn, vaststelling van aansprakelijkheid van de staat, toekenning van schadevergoeding en een mogelijkheid om verdere rechtsmiddelen in te zetten. Opposant voert – kort samengevat – aan dat de vertraging in zijn zaak in strijd is met het Unierecht en dat hij tijdens het wachten op een beslissing te maken had met ernstige persoonlijke omstandigheden en structurele nalatigheid van de Staat.

De regels in verzet

7. Verzet gaat over de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van - in dit geval - het beroep van opposant. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in verzet beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in het geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de rechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.

Het oordeel van de rechtbank

8. De rechtbank is van oordeel dat in de uitspraak van 21 april 2025 terecht is geoordeeld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is daarom terecht uitspraak gedaan zonder opposant op zitting te horen. Verweerder had namelijk al een besluit genomen op de aanvraag van opposant, waardoor opposant geen belang meer had bij de behandeling van het beroep. Wat opposant in verzet heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor een andere conclusie. In de uitspraak van 21 april 2025 heeft de rechtbank namelijk geoordeeld dat verweerder buiten de beslistermijn heeft beslist op de asielaanvraag. Hiermee is dus wel degelijk geoordeeld dat verweerder te laat heeft beslist. Ook is van belang dat opposant in beroep niets heeft aangevoerd over een schadevergoeding en dat hij alsnog een aparte procedure kan starten voor een schadevergoeding.

Conclusie en gevolgen

9. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 21 april 2025 in stand blijft.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zie rechtsoverweging 4 van de uitspraak van 21 april 2025.