Vreemdelingenrecht
VK asiel – Libië – documenten – veiligheidssituatie – - artikel 3 EVRM – beroepen ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22080 · Rechtbank Den Haag · 4 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-22080
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL25.21587 en NL25.21589
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VK asiel – Libië – documenten – veiligheidssituatie – - artikel 3 EVRM – beroepen ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.21587 en NL25.21589
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres] , eiseres,
geboren op [1993] ,
v-nummer: [V-nummer 1] ,
en
[eiser] , eiser,
geboren op [1987] ,
v-nummer: [V-nummer 2] ,
gezamenlijk: eisers,
mede namens hun minderjarige kinderen,
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
beiden geboren op [2016] ,
v-nummers: [V-nummer 3] en [V-nummer 4] ,
allen van Libische nationaliteit
(gemachtigde: mr. F.S. Boedhoe),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het daar niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Eisers hebben op 29 oktober 2022 allebei een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft de aanvragen met twee afzonderlijke bestreden besluiten van 14 april 2025 afgewezen als ongegrond.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en hebben daarbij tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek van eiseres staat geregistreerd onder zaaknummer NL25.21588 en het verzoek van eiser staat geregistreerd onder zaaknummer NL25.21590. Hierop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de beroepen, tezamen met de zaken NL25.21588 en NL25.21590, op 1 april 2026 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Tevens is verschenen [A] , [functie] van de Protestantse Gemeente [.] . Als tolk is verschenen H. Shamoun. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
De asielrelazen
3. Eiser had in Libië een bedrijf voor levensmiddelen en was handelaar. Financieel ging het hem goed. Milities hebben eiser bedreigd, zodat hij hen zou helpen met geld en levensmiddelen. Omdat hij dit heeft geweigerd, hebben zij hem ontvoerd, mishandeld en tien dagen vastgehouden. Ook eiseres is achtervolgd en mishandeld door milities. Eisers zijn daarom gevlucht en vrezen bij terugkeer naar Libië voor de milities. Bovendien is het land niet veilig.
De bestreden besluiten
Ten aanzien van eiseres
Het asielrelaas van eiseres bevat volgende minister de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. de problemen van eiser;
3. mishandeling door de milities.
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De problemen van haar man heeft de minister echter niet geloofwaardig geacht, omdat zij deze niet heeft onderbouwd met documenten en de verklaringen van eiseres hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Om dezelfde redenen acht de minister de mishandeling van eiseres door de milities ook niet geloofwaardig. Eiseres heeft zich onvoldoende ingespannen om hierover documenten te verzamelen.
Ten aanzien van eiser
Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. problemen met de milities.
De minister heeft de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Volgens de minister heeft eiser zijn identiteit echter niet aannemelijk gemaakt, omdat hij een vals rijbewijs heeft overgelegd en er geen verdere documenten zijn ingediend om zijn identiteit te onderbouwen. De problemen met de milities heeft de minister niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd om dit asielmotief te onderbouwen en hij heeft daarvoor geen goede verklaring. Ook vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zijn verklaringen over de dreigtelefoontjes in Benghazi, de aanval op zijn vrouw en de inbeslagname van al het bewijs zijn niet aannemelijk gemaakt. Het is aan eiser om alles wat relevant is te vertellen. Hoewel hij twee keer is gevraagd om zijn toelichting kort te houden, is hij ruimschoots in de gelegenheid gesteld om te verklaren.
Ten aanzien van eiseres en eiser
6. Op basis van de geloofwaardig geachte asielmotieven blijkt volgens de minister niet dat eisers vluchteling zijn als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook is niet gebleken van een reëel risico op ernstige schade. In Tripoli is sprake van enige mate van willekeurig geweld, maar eisers lopen als individuen niet een verhoogd risico om hiervan slachtoffer te worden. Ook hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat zij in de negatieve belangstelling staan van de Libische autoriteiten of de milities.
Het oordeel van de rechtbank
7. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister aangegeven dat de identiteit van eiser, met het overleggen van de originele geboorteakte, geloofwaardig wordt geacht. Ook neemt de minister aan dat eiser in Libië eigenaar van een levensmiddelenbedrijf was.
Documenten
Eisers voeren aan dat de minister hen ten onrechte verwijt dat zij hun asielrelazen niet hebben onderbouwd met documenten. Zij zijn documenten verloren op zee en het opnieuw opvragen van documenten is niet mogelijk in Libië. Hun familie is omgekomen bij een aanslag en de advocaat waar eisers zich toe hadden gewend in Libië heeft zich teruggetrokken vanwege bedreigingen. Eisers verwijzen naar het Algemeen ambtsbericht Libië van februari 2023 (het Ambtsbericht 2023), waaruit volgt dat het niet veilig is om dergelijke documenten op te vragen. Het is voor eisers niet mogelijk om vanuit Nederland documenten op te vragen en het is te gevaarlijk om zelf naar Libië af te reizen. Daarnaast heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de documenten die eisers bij de zienswijze wél hebben overgelegd. In beroep hebben zij bovendien nog aanvullende documenten ingebracht.
De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers met de bij hun zienswijze overgelegde documenten hun asielrelaas onvoldoende hebben onderbouwd. Onduidelijk is in hoeverre de beelden op de foto’s zijn te relateren aan de door eisers gestelde gebeurtenissen.
De minister heeft mogen tegenwerpen dat eisers geen documenten hebben overgelegd waaruit blijkt dat eiseres, de dag nadat milities hun huis hadden leeggeplunderd, een klacht heeft ingediend bij de officier van justitie. Eisers hebben wel een dagvaarding van 24 november 2019 overgelegd, maar wat in deze dagvaarding staat kan niet gerelateerd worden aan de door eisers gestelde gebeurtenissen. Ook hebben eisers (nog steeds) geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij aangifte hebben gedaan van de ontvoering en mishandeling van eiser door de milities. Niet gebleken is dat eisers zich hebben ingespannen om deze documenten alsnog te verkrijgen. Uit de door eisers aangehaalde passages van het Ambtsbericht 2023 blijkt niet dat dit onmogelijk of onveilig is.
Verder heeft de minister aan eisers mogen tegenwerpen dat zij geen documenten hebben overgelegd waaruit blijkt dat eiseres is mishandeld door milities. In beroep hebben eisers wel een document overgelegd waaruit blijkt dat zij in het ziekenhuis heeft gelegen, maar hieruit kan niet worden opgemaakt dat dit naar aanleiding van een mishandeling door milities was.
Daarnaast heeft de minister bij de beoordeling mogen betrekken dat eiser tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat de buren hebben gefilmd dat eiseres werd aangevallen en dat dit beeldmateriaal aan eisers is overgedragen, maar dat zij dit zijn kwijtgeraakt op zee. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de gestelde mishandeling, nu eisers zich niet hebben ingespannen om alsnog aan dit beeldmateriaal te komen.
In beroep hebben eisers een medisch document overgelegd waaruit blijkt dat ook eiser in het ziekenhuis heeft gelegen. Dit vormt echter onvoldoende onderbouwing van het asielrelaas. In dit verband is van belang dat, zoals tijdens de zitting is besproken, eiser heeft verklaard dat hij tien dagen is vastgehouden, terwijl uit de vertaling van het document van het ziekenhuis blijkt dat eiser een ontvoering en marteling van zes dagen heeft ondergaan. Tijdens de zitting heeft eiser nogmaals aangegeven dat zijn ontvoering tien dagen heeft geduurd. Hiermee is de tegenstrijdigheid tussen de verklaringen van eiser enerzijds en de inhoud van het document anderzijds niet weggenomen.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft mogen tegenwerpen dat eisers hun asielrelazen onvoldoende hebben onderbouwd met documenten en dat zij zich onvoldoende hebben ingespannen om de desbetreffende documenten alsnog te verkrijgen. De documenten die eisers in beroep hebben overgelegd, kunnen aan deze conclusie niet afdoen. De minister heeft tijdens de zitting voldoende toegelicht dat met de in beroep overgelegde documenten de asielrelazen niet afdoende zijn onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Dreigende telefoontjes in Benghazi
Eisers voeren aan dat de minister de verklaringen over de dreigtelefoontjes ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Eisers gaan ervan uit dat de milities eiser in Benghazi hebben kunnen traceren omdat hij zich daar had aangemeld bij een bedrijf en daarbij zijn gegevens had verstrekt.
De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de verklaringen over de dreigtelefoontjes niet geloofwaardig zijn. De rechtbank is met de minister van oordeel dat de verklaring van eisers dat de man die eiser belde hem zou hebben gewaarschuwd, maar dat hij tegelijkertijd namens de milities zou handelen en eisers moest lokaliseren, ongerijmd is. Bovendien heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank terecht aan eiser tegengeworpen dat hij, in de drie jaar dat hij in Benghazi heeft gewoond, uitsluitend dreigende telefoontjes heeft ontvangen, terwijl hij stelt dat de milities hem al getraceerd hadden. Het blijft daarom onduidelijk waarom de milities eiser in dat geval alleen zouden bellen, maar vervolgens niet opzoeken. De beroepsgrond slaagt niet.
Klemrijden
Eisers voeren aan dat de minister hen ten onrechte verwijt dat zij niet kunnen verklaren hoe de milities erachter kwamen dat eiseres bewijs zou overhandigen aan de officier van justitie. De minister heeft erkend dat eisers omwille van de tijd meerdere malen zijn verzocht om minder gedetailleerd te verklaren en korte toelichtingen te geven. Het kan daarom niet aan eisers worden tegengeworpen als dit tot onduidelijk heeft geleid bij de minister.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het rapport van het nader gehoor van eiseres blijkt niet dat aan haar is gevraagd om minder gedetailleerd te verklaren. Uit het rapport van het nader gehoor van eiser blijkt wel dat de gehoormedewerker aan eiser heeft gevraagd om, omwille van de tijd, iets minder gedetailleerd te verklaren. Vervolgens zijn er nog een aantal gerichte vragen aan eiser gesteld. Op de vraag of hij alles wat van belang is ten aanzien van de reden voor het vertrek uit Libië heeft verteld, heeft eiser met ‘ja’ geantwoord. Naderhand heeft eiser zijn verklaringen met de correcties en aanvullingen kunnen aanvullen. De rechtbank is van oordeel dat hieruit blijkt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om alle relevante feiten en omstandigheden te vermelden. Desondanks blijft het onduidelijk hoe de militieleden wisten dat eiseres precies op dat moment onderweg was om bewijsmateriaal naar de officier van justitie te brengen. De beroepsgrond slaagt niet.
Veiligheidssituatie in Libië
Eisers voeren aan dat zij, als zij moeten terugkeren naar Libië, risico lopen op willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Libië wordt namelijk al jaren geteisterd door politieke instabiliteit en geweld. Ook is het geweld tussen de milities verder geëscaleerd. Bovendien heeft de minister erkend dat eisers Libië illegaal hebben verlaten en dat dit strafbaar is. Uit het Ambtsbericht 2023 blijkt dat het niet hebben van een uitreisstempel kan leiden tot nader onderzoek bij terugkeer. Op vliegvelden wordt zwaar gecontroleerd. Uit deze informatie kan worden afgeleid dat eisers bij een controle eruit zullen worden gepikt en strafrechtelijk zullen worden vervolgd.
De rechtbank is van oordeel dat eisers niet hebben onderbouwd dat in Libië, in het bijzonder Tripoli, sprake is van een hogere mate van willekeurig geweld dan waarvan de minister uitgaat. Voor zover eisers stellen dat zij door hun individuele omstandigheden een verhoogd risico lopen op ernstige schade door willekeurig geweld, hebben zij dit niet aannemelijk gemaakt. Wat betreft het illegaal verlaten van Libië is de rechtbank met de minister van oordeel dat binnen de verslagperiode geen gegevens bekend zijn geworden over (gedwongen) terugkeerde Libiërs en de mogelijke behandeling door de Libische autoriteiten. Uit de door eisers in beroep aangehaalde bron blijkt bovendien niet dat zich zwaarwegende problemen zullen voordoen als zij aan een onderzoek worden onderworpen wegens het ontbreken van een uitreisstempel. De beroepsgrond slaagt niet.
Eisers voeren aan dat er concrete aanwijzingen zijn dat zij bij uitzetting naar Libië worden blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM.
De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van de geloofwaardig geachte asielmotieven en deze onvoldoende zwaarwegend heeft mogen vinden om te concluderen dat eisers bij terugkeer naar Libië een gegronde vrees voor vervolging hebben en/of een reëel risico op ernstige schade lopen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
13. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.C. Hummel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2026.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.