Vreemdelingenrecht
Grensdetentie, toegangsweigering, 6, eerste en tweede lid, van de Vw, geen gemachtigde, beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 7 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22123 · Rechtbank Den Haag · 7 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-22123
Zaakgegevens
Op 7 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 augustus 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.43303 en NL26.43305
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22123
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Grensdetentie, toegangsweigering, 6, eerste en tweede lid, van de Vw, geen gemachtigde, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.43303 en NL26.43305
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Procesverloop
Bij besluit van 27 juli 2026 (bestreden besluit 1, zaaknummer NL26.43305) is aan eiser de toegang geweigerd en bij besluit van diezelfde datum (bestreden besluit 2, zaaknummer NL26.43303) is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Verweerder heeft de vrijheidsontnemende maatregel op 28 juli 2026 opgeheven.
Verweerder heeft de rechtbank van het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Op grond van artikel 94, tweede lid, van de Vw wordt, indien aan de vreemdeling een besluit tot weigering van toegang tot Nederland is uitgereikt, het beroep geacht mede een beroep tegen dit besluit te omvatten.
De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2026 op zitting behandeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser is geboren op [datum] 1976 en heeft de Togolese nationaliteit.
Feiten en omstandigheden
2. Eiser is op 27 juli 2026 om 08:40 uur aangekomen op Eindhoven Airport met een vlucht vanuit Manchester. Om 08:55 uur is er een grenscontrole uitgevoerd. Op basis van deze eerstelijnscontrole ontstond er twijfel of eiser voldeed aan de voorwaarden voor toegang. Op grond van artikel 8, vijfde lid, van de Schengengrenscode is een tweedelijnscontrole uitgevoerd. Vervolgens is aan eiser op 27 juli 2026 de toegang tot het grondgebied van de lidstaten geweigerd en is aan hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Eiser heeft op 28 juli 2026 Nederland verlaten. Verweerder heeft vervolgens de maatregel opgeheven.
Onverwijlde kennisgeving
3. In artikel 94, eerste lid, van de Vw is onder meer bepaald dat verweerder onverwijld na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel, de rechtbank hiervan in kennis stelt.
4. Aan eiser is op 27 juli 2026 de vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Verweerder heeft op 31 juli 2026 de rechtbank hiervan in kennis gesteld. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat de reden dat de kennisgeving niet eerder was verzonden, gelegen was in een probleem in het systeem van de Koninklijke Marechaussee.
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de rechtbank niet onverwijld in kennis gesteld van de vrijheidsontnemende maatregel, nu hij de kennisgeving pas drie dagen na het opleggen van de maatregel heeft verzonden. Dat de oorzaak van de verlate kennisgeving een probleem in het systeem van de Koninklijke Marechaussee zou zijn maakt niet dat er om die reden toch sprake was van een onverwijlde kennisgeving. Die storing komt voor rekening van verweerder. Er is dus sprake van een gebrek.
6. Dit gebrek raakt echter niet rechtstreeks aan de rechtmatigheid van de maatregel en brengt niet automatisch mee dat de maatregel onrechtmatig is. Bij de beantwoording van de vraag of de maatregel onrechtmatig is, is er ruimte voor een belangenafweging. De rechtbank is van oordeel dat die belangenafweging in dit geval in het voordeel van verweerder uitvalt omdat de rechtbank zonder problemen nog binnen de wettelijke termijn uitspraak kan doen over de rechtmatigheid daarvan. Eiser krijgt tijdig een oordeel over de rechtmatigheid van de maatregel en gezien de vrijheidsontnemende maatregel al is opgeheven is verder niet gebleken dat hij nadeel heeft ondervonden door de niet onverwijlde kennisgeving.
Effectief rechtsmiddel
7. Nu eiser niet is bijgestaan door een gemachtigde heeft de rechtbank verweerder verzocht verduidelijking te geven over de wijze waarop eiser is geïnformeerd over zijn recht op rechtsbijstand en de gevolgen hiervan voor de effectiviteit van het rechtsmiddel. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat een vreemdeling aan wie aan de grens de toegang wordt geweigerd en aan wie een vrijheidsontnemende maatregel wordt opgelegd, in het geval dat de vreemdeling geen asiel aanvraagt, niet automatisch aan een advocaat wordt gekoppeld. De vreemdeling wordt met een informatiefolder op de mogelijkheid gewezen om zelf een advocaat in te schakelen. De rechtbank stelt vast dat deze informatiefolder in de Engelse taal, een taal die eiser machtig is, aan eiser is uitgereikt. Het is aan eiser, indien gewenst, om zelf op zoek te gaan naar een rechtsbijstandsverlener. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met deze toelichting voldoende heeft gemotiveerd dat eiser toegang heeft gehad tot een effectief rechtsmiddel.
Over bestreden besluit 1 (toegangsweigering van 27 juli 2026)
8. Verweerder heeft eiser de toegang geweigerd omdat eiser:
- het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden niet heeft kunnen staven.
9. De rechtbank ziet geen aanleiding om de toegangsweigering onrechtmatig te achten.
Over bestreden besluit 2 (vrijheidsontnemende maatregel van 27 juli 2026)
10. Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw kan de vreemdeling aan wie toegang tot Nederland is geweigerd worden verplicht zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats die is beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Vereist is dat er een rechtsgeldige toegangsweigering heeft plaatsgevonden.
11. Omdat de maatregel met het vertrek van eiser per vlucht naar Manchester op 28 juli 2026 is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest.
12. Zoals de rechtbank hierboven reeds heeft overwogen is de toegangsweigering niet onrechtmatig. Ook voor het overige zijn er geen redenen om de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig te achten.
Conclusie
13. Het beroep tegen bestreden besluit 1 en tegen bestreden besluit 2 is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 augustus 2026, door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.