Vreemdelingenrecht
VA Turkije, Aleviet, ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22479 · Rechtbank Den Haag · 11 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-22479
Zaakgegevens
Op 11 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2026
- Datum publicatie
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL24.49115 en NL24.49116
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22479
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VA Turkije, Aleviet, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.49115 (beroep)
NL24.49116 (beroep)
V-nummers: [V nummer 1]
[V nummer 2]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1979, van Turkse nationaliteit, eiser
[eiseres] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1981, van Turkse nationaliteit, eiseres
hierna tezamen: eisers
(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. F. Witteman).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de ongegrondverklaring van hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Eisers hebben op 23 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag met de bestreden besluiten van 15 november 2024 ongegrond verklaard. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de beroepen op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eisers, de gemachtigde van eisers, E. Battaoglu als tolk in de Turkse taal en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvragen van eisers aan de hand van de door eisers aangevoerde beroepsgronden.
3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Eisers hebben het volgende aan hun asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eisers zijn aleviet en hebben Turkije verlaten vanwege de slechte behandeling die zij als aleviet in Turkije hebben ondervonden. Daarnaast is eiser sinds 2011 betrokken bij een arbeidsgeschil vanwege zijn ontslag bij een hotel in [plaats 1] . Eiseres is tevens ontslagen nadat haar baas erachter kwam dat zij uit [plaats 2] afkomstig was. Ook hebben eisers samen een restaurant gehad waarbij zij te maken hadden met incidenten van discriminatie en beledigingen.
Bestreden besluiten
5. Volgens verweerder bestaat het asielrelaas van eisers uit de volgende relevante elementen:
-
identiteit, nationaliteit en herkomst;
-
discriminatie vanwege het zijn van een aleviet;
-
het arbeidsgeschil van eiser.
Verweerder heeft alle elementen va het asielrelaas geloofwaardig geacht, maar de problemen zijn niet zwaarwegend genoeg om over te gaan tot de verlening van een verblijfsvergunning.
Vrees bij terugkeer
6. Eisers voeren aan dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet in de negatieve belangstelling staan van de Turkse autoriteiten en dat zij bij terugkeer naar Turkije geen gegronde vrees voor vervolging hebben. Eisers hebben concreet en persoonlijk gemaakt dat het zijn van een aleviet ten grondslag ligt aan hun negatieve ervaringen. Ze hebben verklaard dat zij te maken hebben gehad met incidenten van discriminatie en beledigingen vanwege hun geloofsovertuiging. Eisers hebben hierbij naar enkele artikelen verwezen. Verder hebben eisers een document overgelegd waaruit blijkt dat het openbaar ministerie in Bursa een strafrechtelijk onderzoek heeft ingesteld tegen eiser vanwege uitingen op sociale media over de advocaat van de tegenpartij inzake het arbeidsgeschil. Eiser verwijst hierbij naar het Algemeen Ambtsbericht Turkije van augustus 2023.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eisers als alevieten discriminatie ondervinden in Turkije. Discriminatie kan leiden tot het verlenen van asiel, maar de lat daarvoor ligt echter wel hoog. De discriminatie moet zo ernstig zijn dat het niet (meer) mogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke situatie zich in het geval van eisers niet voordoet. Eisers hebben verklaard dat zij vanwege het zijn van aleviet incidenten hebben meegemaakt in hun restaurant, controle op de luchthaven, moeite hebben met het vinden van een huurhuis en bedreigingen hebben ontvangen van de officier van justitie. Hoewel het betreurenswaardig is dat eiser dit hebben meegemaakt, is gebleken dat eisers in voldoende mate en niet slechts op marginale wijze op maatschappelijk en sociaal gebied hebben kunnen functioneren. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Turkije niet op eenzelfde manier kunnen functioneren als voor hun vertrek. Daarnaast gaan de artikelen waar eisers naar verwijzen over de algemene situatie voor alevieten in Turkije, waarmee eisers niet concreet en geïndividualiseerd hebben dat zij problemen hebben ondervonden vanwege het zijn van alevieten. De verwijzing van eisers naar het Ambtsbericht van augustus 2023 leidt ook niet tot een ander oordeel. Er wordt namelijk niets gezegd over de discriminatie van alevieten in Turkije. Uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije van 2025 lijkt te volgen dat alevieten in toenemende mate erkenning en bescherming genieten. De situatie van alevieten in Turkije lijkt dus na het vertrek van eisers niet te zijn verslechterd.
Met betrekking tot het overgelegde document dat suggereert dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen eiser loopt oordeelt de rechtbank als volgt. Het document is door bureau Documenten op echtheid onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat Bureau Documenten met bijna absolute zekerheid kan zeggen dat de variabele gegevens en de autorisaties niet op de juiste wijze zijn aangebracht en geen echte en juiste autorisaties zijn. Daarnaast kon niet vastgesteld worden of het document inhoudelijk juist is. Dit, in combinatie met het feit dat het overgelegde document dateert van 5 augustus 2022 en dat eiser in zijn nader gehoor heeft verklaard nooit problemen te hebben gehad met de Turkse autoriteiten, leidt er niet toe dat eisers aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor vervolging bij terugkeer naar Turkije.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van
mr.B. Kingma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze
partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend
binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de
behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de
indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.