Vreemdelingenrecht
asiel; Colombia; ongeloofwaardig; geen risico vervolging of ernstige schade; geen schrijnende situatie…
Rechtbank Den Haag, 12 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22524 · Rechtbank Den Haag · 12 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-22524
Zaakgegevens
Op 12 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 12 mei 2026
- Datum publicatie
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL25.51072 en NL25.51079
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22524
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
asiel; Colombia; ongeloofwaardig; geen risico vervolging of ernstige schade; geen schrijnende situatie; terugkeerbesluit terecht opgelegd; beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.51072 en NL25.51079
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
[eiseres] , v-nummer: [nummer] , eiseres (gezamenlijk: eisers)
(gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. G.G. Wezelman).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kunnen blijven. De minister heeft het ongeloofwaardig mogen vinden dat eiser is bedreigd. Ook hebben eisers hun vrees voor vervolging of ernstige schade niet aannemelijk gemaakt en heeft de minister mogen vinden dat geen sprake is van een schrijnende situatie. Ten slotte heeft de minister terecht een terugkeerbesluit opgelegd. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben aanvragen tot verlening van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 14 oktober 2025 deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
De rechtbank heeft de beroepen samen met de voorlopige voorzieningen (NL25.51073 en NL25.51080) op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eisers zijn echtgenoten en hebben beiden de Colombiaanse nationaliteit. Eiser was in Colombia militair en heeft in [datum] 2019 met behulp van een informant een vooraanstaand persoon van de gewapende [groepering] , genaamd [groep] , gelokaliseerd, waardoor zij kon worden opgepakt. [groep] werd veroordeeld tot zestien jaar cel vanwege, onder andere, meerdere moorden en wapenbezit. Tijdens de rechtszittingen was eiser verantwoordelijk voor haar vervoer naar de rechtbank. Zij heeft eiser toen persoonlijk met de dood bedreigd, omdat zij wist dat eiser en de informant haar hadden verraden. De informant gaf aan dat hij ook werd bedreigd, waarna eiser niets meer van hem heeft vernomen. Eiser heeft besloten geen aangifte te doen, maar door te werken tot aan zijn pensioen, omdat hij zich nog veilig voelde zolang hij militair was. In [datum] 2022 ging eiser met pensioen. Een halfjaar later ontvluchtten eisers samen Colombia.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- eisers functie als militair;
- de bedreiging door [groep] .
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig. Ook vindt hij eisers functie als militair geloofwaardig. De bedreiging door [groep] vindt de minister echter niet geloofwaardig. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers en eisers functie als (ex-)militair bieden geen aanleiding voor de conclusie dat zij te vrezen hebben voor vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade. Omdat eisers bovendien niet zo snel mogelijk kenbaar hebben gemaakt dat zij internationale bescherming wensen nadat zij in Nederland waren aangekomen, vindt de minister dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
Heeft de minister de bedreiging door [groep] ongeloofwaardig mogen vinden?
5. Eisers hebben niet betwist dat zij de bedreiging door [groep] niet volledig hebben onderbouwd met (objectieve) documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of de bedreiging alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat de verklaringen van eisers geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ook hebben eisers hun asielaanvragen niet zo spoedig mogelijk ingediend. De rechtbank bespreekt hieronder de gronden die eisers tegen het besluit van de minister hebben gericht.
Eisers zijn pas vier jaar na de gestelde bedreiging vertrokken zonder onder te duiken
6. Eisers betogen dat de minister hen ten onrechte tegenwerpt dat zij pas vier jaar na de bedreiging zijn vertrokken, zonder onder te duiken. Eiser heeft duidelijk verklaard dat hij zich nog beschermd voelde door de militairen die hij om zich heen had, zolang hij nog in dienst was. Hij heeft Colombia verlaten omdat hij zich na zijn pensioen niet meer veilig voelde. Daarnaast is het onjuist dat eiser verklaard zou hebben dat hij zonder problemen van [datum] 2022 tot [datum] 2023 als gepensioneerde in zijn eigen huis zou hebben verbleven. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij in de periode dat hij gepensioneerd was op een afgelegen plek ondergedoken zat.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft eisers mogen tegenwerpen dat zij pas vier jaar na de gestelde bedreiging zijn vertrokken, aangezien zij tot 2023 in Colombia zijn gebleven, terwijl de bedreiging al in 2019 zou hebben plaatsgevonden. De minister heeft in dit verband ook tegen mogen tegenwerpen dat uit eisers verklaringen onvoldoende blijkt dat zij als gevolg van de bedreiging vreesden voor problemen. Zo heeft eiser verklaard ervoor te hebben gekozen zijn pensioen af te wachten en daarna pas te vertrekken uit Colombia. Ook heeft eiser verklaard geen zin te hebben gehad in een overplaatsing naar een andere militaire locatie op een berg, zodat hij niet lastig zou kunnen worden gevallen. De minister heeft mogen vinden dat deze verklaringen afdoen aan de geloofwaardigheid van de bedreiging, waarvan eisers immers stellen dat die afkomstig was van een zeer gevaarlijk en machtig persoon. Eiser heeft weliswaar gesteld dat hij zich beschermd voelde terwijl hij nog militair was, maar de minister heeft er terecht op gewezen dat eisers ook na zijn pensioen zonder problemen in hun eigen huis hebben verbleven van [datum] 2022 tot [datum] 2023. Eiser heeft verder verklaard dat hij zich in zijn eigen huis veilig voelde omdat het afgelegen was, maar de minister heeft niet ten onrechte gesteld dat dit niet rijmt met eisers verklaringen dat [groep] zo gevaarlijk is en zoveel macht zou hebben. Voor een machtige gewapende groepering die eiser koste wat het kost zou willen vinden, had het voor de hand gelegen om hem daar te zoeken, hoe afgelegen eisers ook wonen. Omdat eiser in zijn nader gehoor duidelijk heeft verklaard thuis te hebben verbleven, en eisers dit bovendien ter zitting hebben erkend, wordt hun stelling dat zij elders ondergedoken zaten ook niet gevolgd.
Hoe [groep] achter eisers naam is gekomen
7. Eisers betogen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hun verklaring over de wijze waarop [groep] achter eisers naam is gekomen, namelijk door een corrupt persoon, slechts een vermoeden betreft. Volgens het ambtsbericht bestaat er immers geen discussie over het feit dat er corruptie is binnen de Colombiaanse overheidsinstanties. Ook is het onredelijk om van eisers te verwachten dat zij met een bewijsstuk onderbouwen dat [groep] achter de naam van eiser is gekomen.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft eisers mogen tegenwerpen dat het slechts een vermoeden is dat [groep] achter de naam van eiser is gekomen door een corrupt persoon binnen zijn organisatie. Dat er corruptie binnen de Colombiaanse overheidsinstanties is, doet er immers niet aan af dat sprake is van enkel een vermoeden. Dat de minister dit aan eisers tegenwerpt is naar het oordeel van de rechtbank bovendien terecht en begrijpelijk tegen de achtergrond van eisers verklaring (ook ter zitting) dat hij door [groep] is bedreigd, en zij daarbij zijn naam heeft genoemd, reeds drie dagen na haar arrestatie, toen hij haar naar de strafzitting bracht die kennelijk onmiddellijk na haar arrestatie plaatsvond..
Eiser heeft al die jaren niets meer gehoord van [groep] of [groep]
8. Eisers betogen dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat zij niets meer hebben gehoord van [groep] of [groep] . Het is aannemelijk dat eisers tot aan hun vertrek in 2023 geen problemen van haar hebben ondervonden, omdat zij korte tijd na het pensioen van eiser op een afgelegen plek verbleven en ondergedoken zaten.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft eisers mogen tegenwerpen dat zij sinds de gestelde bedreiging tot aan hun vertrek in 2023 niets meer hebben vernomen van [groep] of [groep] . Zoals onder 7.1 al is overwogen, worden eisers er niet in gevolgd dat zij een periode ondergedoken hebben gezeten. Daarom wordt ook niet gevolgd dat zij om die reden niets meer van [groep] of [groep] hebben gehoord. De minister heeft zich dus niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de bedreiging door [groep] .
Eisers hebben hun asielaanvragen niet zo spoedig mogelijk ingediend en hebben daarvoor geen goede verklaring
9. Eisers betogen dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij hun asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk hebben ingediend. Eisers hebben zich niet onmiddellijk bij de Nederlandse autoriteiten gemeld, omdat zij Colombia in verband met een levensbedreigende situatie in Colombia hadden verlaten. Ook is hierbij geen rekening gehouden met het referentiekader van eisers, specifiek hun cultuur. Het feit dat hun (stief)zoon een volwassen man is, betekent niet dat hij niet zorgbehoevend of afhankelijk is en dat hij de zorg en de liefde van zijn familie niet nodig heeft. Bovendien waren eisers er niet van op de hoogte dat zij zich bij aankomst in Nederland dienden te melden.
Het betoog slaagt niet. De minister heeft eisers mogen tegenwerpen dat zij hun asielaanvragen niet zo spoedig mogelijk hebben ingediend. Eisers zijn namelijk begin [datum] 2023 Nederland in gereisd, maar hebben pas een halfjaar later, op [datum] 2023, asiel aangevraagd. Dat het moeilijker zou zijn om hun in Nederland wonende (stief)zoons te steunen als zij direct een asielaanvraag hadden ingediend omdat zij elders in Nederland zouden zijn geplaatst, heeft de minister geen verschoonbare reden hiervoor hoeven vinden. De stiefzoons van eisers zijn namelijk volwassen. Weliswaar is bij één van de stiefzoons van eisers sprake van een zekere mate van afhankelijkheid, maar niet zodanig dat hij zonder hen niet zelfstandig zou kunnen functioneren. Dat eisers er niet van op de hoogte waren dat zij zich zo snel mogelijk moesten melden heeft de minister ook geen verschoonbare reden hoeven vinden. Eisers hadden immers, naar zij stellen, de bedoeling om internationale bescherming te verzoeken omdat zij vrezen voor hun leven. De minister mocht dan ook van eisers verwachten dat zij zich tijdig zouden verdiepen in hoe zij dat zouden moeten doen, en dat zij zich zo snel mogelijk zouden melden.
Conclusie
10. Gelet op wat onder 6.1, 7.1, 8.1 en 9.1 is overwogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat deze beroepsgrond niet slaagt. De minister heeft de bedreiging door [groep] niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden.
Hebben eisers hun vrees voor vervolging of ernstige schade aannemelijk gemaakt?
11. Eisers betogen dat de minister hun vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Colombia ten onrechte niet aannemelijk vindt. Eisers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij moeten vrezen voor vervolging. Ook hebben zij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij uitzetting een reëel risico lopen op ernstige schade. Militairen en ex-militairen lopen volgens gezaghebbende bronnen een aanzienlijk risico om te worden vervolgd door gewapend groeperingen. Daarnaast betwist de minister niet dat eiser volgens algemene bronnen geen bescherming kan krijgen in Colombia. De minister heeft verder ten onrechte overwogen dat de door eisers overgelegde stukken zien op de algemene situatie, en dat zij daarom niet inzichtelijk hebben gemaakt dat zij persoonlijk in de negatieve aandacht van [groep] staan. Eisers voeren ten slotte aan dat uit het ambtsbericht blijkt dat in Colombia sprake is van straffeloosheid, een inefficiënte rechterlijke macht, ontheemding en corruptie.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar Colombia. Allereerst heeft de minister de bedreiging door [groep] – gelet op wat onder 10 is overwogen – ongeloofwaardig mogen vinden. De minister heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben of reëel risico op ernstige schade lopen om die reden. Daarnaast heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico op ernstige schade lopen omdat eiser ex-militair is. De minister heeft er namelijk terecht op gewezen dat eisers in de eerste plaats individuele omstandigheden naar voren moeten brengen om aannemelijk te maken dat zij vanwege de voormalige functie van eiser persoonlijk te vrezen hebben voor gewapende groeperingen. De minister heeft terecht gesteld dat eisers hier niet in zijn geslaagd, nu zij alleen openbaar beschikbare informatie over de algemene situatie in Colombia naar voren hebben gebracht. Daarbij komt dat uit de overgelegde informatie weliswaar blijkt dat gewapende groeperingen aanvallen plegen op militairen die in actieve dienst zijn en als zodanig herkenbaar zijn, maar niet dat ex-militairen een doelwit voor hen vormen. Nu de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico op ernstige schade lopen, is niet van belang of eisers bescherming kunnen krijgen van de Colombiaanse autoriteiten. De stelling dat eisers deze bescherming niet zouden kunnen krijgen, maakt het oordeel daarom niet anders.
Heeft de minister mogen vinden dat er geen sprake is van een schrijnende situatie?
12. Eisers betogen dat de minister hen ten onrechte geen verblijfsvergunning regulier heeft verleend, nu bij hen sprake is van een schrijnende situatie. Eisers hebben te kampen met medische (psychische) klachten. Daarvoor dienen zij onder behandeling te staan en te blijven. Verder kunnen eisers in Colombia niet vrij bewegen wegens de constante vrees die voor hun blijft bestaan. Volgens het ambtsbericht kunnen zij niet rekenen op (effectieve) overheidsbescherming.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat er geen sprake is van een schrijnende situatie, op grond waarvan hij een verblijfsvergunning regulier zou moeten verlenen. Eisers hebben – zonder nadere toelichting – medische stukken van eiseres overgelegd. Uit die stukken blijkt dat eiseres onder controle staat wegens gynaecologische oncologie, en dat ze nog enkele jaren in follow-up blijft ter controle. Tijdens de zitting heeft de minister voldoende toegelicht dat eisers daarmee onvoldoende hebben onderbouwd dat hun medische situatie zodanig ernstig is dat van een schrijnende situatie kan worden gesproken. Daarnaast heeft de minister toegelicht dat er al een andere reguliere verblijfsvergunning bestaat voor de medische omstandigheden die eisers hebben aangevoerd, namelijk de verblijfsvergunning regulier in verband met een medische behandeling. Ook kunnen eisers uitstel van vertrek om medische redenen vragen. Gelet op wat onder 11.1 is overwogen, heeft de minister zich ten slotte terecht op het standpunt gesteld dat eisers geen gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade hebben. De omstandigheden die eisers daarover in dit kader naar voren hebben gebracht hebben voor de minister daarom ook geen reden hoeven vormen om aan te nemen dat er sprake is van een schrijnende situatie.
Heeft de minister terecht een terugkeerbesluit opgelegd?
13. Eisers betogen dat de minister ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd. Bij terugkeer naar het land van herkomst bestaat een reëel risico dat eisers slachtoffer worden van een onmenselijke dan wel vernederende behandeling.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft een terugkeerbesluit mogen opleggen. Gelet op wat eerder in deze uitspraak is overwogen, heeft de minister zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat eisers niet hoeven te vrezen voor vervolging of ernstige schade.
Conclusie en gevolgen
14. De minister heeft de aanvragen – gelet op wat onder 9.1 is overwogen – terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.