Vreemdelingenrecht

HTL/COa, beroepsgronden ingetrokken, daardoor staan de feiten en de kwalificatie in rechte vast, beroep…

Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
AWB 26/9431 en NL26.30437
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22627
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HTL/COa, beroepsgronden ingetrokken, daardoor staan de feiten en de kwalificatie in rechte vast, beroep gehandhaafd omdat de gemachtigde meent dat overplaatsing naar de IBO beter is voor eiser, het COa is voor overplaatsing afhankelijk van eiser, eiser heeft echter geweigerd, het COa heeft daarom kunnen besluiten om HTL-maatregel op te leggen, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 26/9431 en NL26.30437


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. F.W. Verbaas),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

alsmede

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen. Het eerste beroep van eiser is gericht tegen het besluit van het COa van 26 mei 2026. In dat besluit heeft het COa besloten om eiser vanaf 26 mei 2026 in de HTL in Hoogeveen te plaatsen (hierna: het plaatsingsbesluit). Het tweede beroep van eiser richt zich tegen het besluit van de minister van 26 mei 2026 om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vw op te leggen (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel). De rechtbank merkt het beroep ook aan als een verzoek om schadevergoeding.

1.1.

Eiser heeft op 18 juni 2026 beroepsgronden ingediend, waarop het COa op 4 augustus 2026 een verweerschrift heeft ingediend.

1.2.

De rechtbank heeft de beroepen op 7 augustus 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt, dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en dat eiser ook geen vergoeding krijgt in de proceskosten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Het beroep tegen het plaatsingsbesluit

De feitelijke verslaglegging van het incident

3. In de verslaglegging van het COa staat over het incident het volgende. Op 19 mei 2026 is aan eiser een ROV-6 maatregel uitgereikt. Daarbij is aan eiser de mogelijkheid geboden om naar de IBO te gaan. Eiser heeft dit echter geweigerd. In reactie daarop heeft COa-medewerker 1 aan eiser medegedeeld dat hij binnen één uur het AZC-terrein dient te verlaten en gedurende de komende twee weken niet op het AZC in Heerlen mag komen. Nadat de COa-medewerker 1 nogmaals aan eiser heeft medegedeeld dat hij het terrein binnen één uur moet verlaten, ontstond bij eiser een woede-uitbarsting richting COa-medewerker 1. Al wijzend trad eiser de persoonlijke ruimte van COa-medewerker 1 binnen en gaf met verheven stem aan dat als men hem van het terrein wilde hebben, dat de politie maar gebeld moest worden. Al lopend naar de receptie is eiser doorgegaan met het uiten van beschuldigingen richting de COa-medewerker 1. Bij aankomst bij de receptie schreeuwde eiser met een dreigende blik tegen COa-medewerker 1 en kwam hij steeds dichterbij de COa-medewerker 1 tot een afstand van circa 30 centimeter. Eiser verhief zijn stem meerdere malen. COa-medewerkers 2 en 3 probeerden tussenbeide te komen. Eiser werd verbaal steeds agressiever en stond op het punt om COa-medewerker 1 aan te vallen. COa-medewerker 2 greep in en haalde eiser weg bij COa-medewerker 1 en heeft eiser naar buiten begeleid. Vervolgens is de politie gearriveerd en is aan eiser medegedeeld dat hij het terrein diende te verlaten. Eiser heeft zijn spullen gepakt en is vertrokken. Een uur later heeft eiser buiten het COa-terrein aan COa-medewerker 3 kenbaar gemaakt dat hij toch wil vertrekken naar de time-outlocatie. Tijdens dit gesprek verklaarde eiser boos te zijn op COa-medewerker 2 en dat hij deze medewerker zou neersteken en daarna zichzelf. Tevens gaf eiser aan dat COa-medewerker 1 verantwoordelijk zou zijn als het bij terugkomst mis zou gaan.

4. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser bij bericht van 3 augustus 2026 en op de zitting heeft verklaard dat hij de op 18 juni 2026 ingediende beroepsgronden intrekt. Daardoor staan de feiten zoals weergegeven onder rechtsoverweging 3. en de kwalificatie hiervan als een incident met zeer grote impact in rechte vast.

4.1.

De gemachtigde van eiser heeft ook de beroepsgronden die betrekking hebben op de huisregels, het Maatregelenbeleid en de belangenafweging ingetrokken. De gemachtigde van eiser heeft het beroep desalniettemin gehandhaafd, omdat eiser psychische/psychotische klachten heeft en meent dat een overplaatsing van eiser naar de IBO beter voor eiser is.

5. Het COa heeft zowel in het verweerschrift als op de zitting aangegeven dat voorafgaand aan het opleggen van het plaatsingsbesluit, maar ook sindsdien door middel van gesprekken aan eiser meerdere keren IBO-plaatsing is aangeboden, maar dat eiser dit steeds heeft geweigerd. Ondanks de omstandigheid dat ook het COa openstaat voor eisers overplaatsing naar de IBO, is het COa hiervoor echter afhankelijk van eiser.

6. De rechtbank is van oordeel dat het COa terecht heeft aangegeven dat het COa eiser niet gedwongen kan plaatsen op de IBO. Gelet op de weigerachtige houding van eiser om naar het IBO te worden overgeplaatst, is de rechtbank van oordeel dat het COa heeft kunnen besluiten om de onderhavige HTL-maatregel op te leggen. Daarbij is van belang dat eiser in de HTL op de juiste wijze wordt begeleid en dat niet is gebleken dat hij in de HTL niet hanteerbaar is. Zo heeft het COa ter zitting desgevraagd verklaard dat eiser zich normaal gedraagt en geen overlast veroorzaakt.

7. Gezien de mededelingen van het COa en de gemachtigde van eiser, dat een overplaatsing naar de IBO ten goede zou komen van eiser, geeft de rechtbank eiser mee dit in overweging te nemen.

8. Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit is ongegrond.

Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel

9. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond is, de vrijheidsbeperkende maatregel volledig steunt op dat besluit en de rechtbank ambtshalve toetsend geen onrechtmatigheden vaststelt, zal de rechtbank het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ook ongegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

10. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat het COa het besluit tot plaatsing in de HTL en de minister de vrijheidsbeperkende maatregel mochten nemen.

10.1.

Eisers verzoek om schadevergoeding wordt gezien het voorgaande afgewezen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen ongegrond;

  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, op 13 augustus 2026 en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

griffier

de rechter is buiten staat te tekenen.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Handhaving- en Toezichtlocatie. Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. Vreemdelingenwet 2000. Intensief begeleidende opvang. Asielzoekerscentrum.