Vreemdelingenrecht

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening, omdat is beslist op het samenhangende beroep…

Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
NL25.54252
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22658
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening, omdat is beslist op het samenhangende beroep (ECLI:NL:RBDHA:2026:22653).

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.54252

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

Alias: [naam],

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H. Postma),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. L. Maring).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 30 oktober 2025 in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van 2 jaar opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 augustus 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoeker. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om deze reden af.

2.1.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker, omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard. De minister moet deze kosten vergoeden. Deze vergoeding bedraagt € 934,- voor het indienen van een verzoekschrift. Het verschijnen op zitting is in de uitspraak op beroep al betrokken in de proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

  • veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zaaknummer NL25.54251.